Categorie: training

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 3

Veel oefeningen die belangrijk zijn in de afdeling C, het pakwerk, kunnen zonder de hulp van een pakwerker door de geleider worden getraind. In de beide vorige afleveringen bespraken we het trainen zonder pakwerker van de oefeningen ‘revieren’, ‘aanblaffen en bewaken’ en ‘het brengen van de hond naar de plaats voor de vluchtverhindering’. In deze aflevering bespreken we de ‘transport’ oefeningen.

TRANSPORT
Volgens het IGP reglement vindt er een ‘zijtransport’ van de pakwerker plaats over een afstand van ongeveer twintig passen, waarbij een commando voor het volgen is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van de pakwerker lopen, zodat hij tussen de pakwerker en zijn geleider in loopt. Tijdens het transport moet de hond de pakwerker opmerkzaam observeren, maar hij mag hem niet hinderen of inbijten. Op deze wijze lopen ze naar de keurmeester.

Op aanwijzing van de geleider wordt bij IPO 2 en 3 een ‘rugtransport’ van de pakwerker uitgevoerd in een normaal tempo over een afstand van ongeveer dertig passen. De geleider beveelt de pakwerker om te vertrekken en volgt met zijn correct en vrij aan de voet lopende hond op een afstand van vijf passen. Die afstand moet gedurende het gehele rugtransport worden aangehouden en de hond moet opmerkzaam blijven op de pakwerker.

TRANSPORT

Voor het trainen van de oefening ‘rugtransport kunt u gebruik maken van een
grote bal waar de hond graag mee speelt. Neem de hond in de basispositie met
het commando ‘voet’ en wacht tot de hond naar uw gezicht kijkt.

RUGTRANSPORT
De ‘transport’ oefeningen zijn in feite gehoorzaamheidsoefeningen die u eveneens kunt trainen zonder de hulp van een pakwerker. Bij voorkeur begint u met het ‘rugtransport’. Ook voor deze oefening kunnen we gebruik maken van een grote (voet)bal of nog beter een op afstand bedienbaar balkanon, zoals de in de vorige aflevering beschreven ‘Smartfetch Up’. Plaats de grote bal of het balkanon tien passen voor de zittende en wachtende hond.

Neem nu de hond met het commando ‘voet’ in de basispositie en wacht tot de hond naar uw gezicht kijkt. Geef dan het commando ‘transport’, kijk zelf naar de bal, en zodra ook de hond naar de bal kijkt geeft u hem het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’, waarmee hij de bal kan nemen en kort spelen. Eventueel laat u de bal op dat moment door iemand wegschoppen. Als u werkt met het balkanon drukt u op de afstandsbediening en geeft zodra de bal wegschiet uw hond het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’.

Train de oefening op verschillende plaatsen. Als de hond dit deel van de oefening begrijpt, loopt u na het commando ‘transport’ eerst twee of drie stappen in de richting van de bal, waarbij het aan te bevelen is om uw hond tegen uw knie aan te laten volgen. Sta niet toe dat hij vooruit probeert te lopen, maar laat uw hond contact met uw been houden. Als hij die paar passen goed doet geeft u hem het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’. Door dit nauwe contact met uw been hoeft u niet te kijken of uw hond correct naast u loopt tijdens dit rugtransport, omdat u het kunt voelen. Als alles goed gaat maakt u meer stappen en later ook 90º bochten naar rechts en links voordat de hond de bal mag pakken of u het balkanon activeert.

Geef dan het commando ‘transport’, kijk zelf naar de bal en zodra ook de hond naar de bal kijkt geeft u hem het commando ‘volg’. Door het nauwe contact met uw been hoeft u niet te kijken of uw hond correct volgt, omdat u het kunt voelen.

ZIJTRANSPORT
Voor de training van het ‘zijtransport’ hebben we een helper nodig, maar niet noodzakelijk de pakwerker. Iedereen die voor u een bal kan vasthouden is bruikbaar. Deze persoon gaat op enkele passen afstand voor u staan en houdt de bal in zijn hand voor zijn lichaam. Roep uw hond in de basispositie met ‘voet’ of ‘volg’, ga aan de rechterkant van de helper staan en geef het commando ‘transport’. De hond mag nu naar de bal voor het lichaam van de helper kijken, maar moet contact met uw been houden. Samen met de helper loopt u eerst twee of drie stappen en op uw commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’ gooit de helper de bal weg en mag de hond die bal pakken. Ook hier maakt u, als alles goed gaat, meer stappen en later ook bochten naar links en rechts voordat de bal wordt weggeworpen. De volgende oefening is met een helper die met de ene hand de bal voor zijn lichaam draagt en in de andere hand de softstok langs zijn lichaam houdt. Als einde van dat zijtransport stopt u dan voor een andere persoon. De helper geeft de softstok aan die andere persoon, terwijl hij de bal stil voor zijn lichaam houdt. U stapt als geleider daarna met uw hond en het commando ‘volg’ weg zonder dat de hond de bal van de helper krijgt. Na een paar passen komt de beloning voor de hond dan van de geleider doordat u een andere bal weggooit die de hond direct op uw commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’ mag pakken.

DE PAKWERKER
Als uw hond al deze oefeningen beheerst heeft u voor de opleiding van uw hond in het bijtwerk wel een pakwerker nodig. Voor training van het bijtwerk moet u echt honderd procent controle over uw hond hebben. Bovendien moet uw hond volwassen genoeg zijn, zowel lichamelijk als, zo mogelijk nog belangrijker, ook geestelijk. Na het wisselen van het gebit en op een leeftijd van ongeveer zeven of acht maanden oud kunt u eens zien hoe de hond bijt in een zacht bijtkussen of een bijtrol. Als de hond goed bijt kunt u eerst de gehoorzaamheidsoefeningen van de afdeling C aanleren zonder een pakwerker, zoals beschreven in deze drie artikelen, en wachten met bijten tot de hond dertien of veertien maanden oud is, afhankelijk van zijn volwassenheid. Gewoonlijk hoeft u de hond niet te leren bijten, maar vooral laten wennen aan alle omstandigheden er omheen en vooral de gehoorzaamheidsoefeningen in afdeling C.

een krachtige, volle en rustige beet tonen

De hond moet zonder te twijfelen, met hoge dominantie, snel, en energiek
reageren en achtervolgen, en met krachtig inbijten werkzaam de vlucht
van de pakwerker verhinderen met een rustige beet, tot het lossen…

De taken van een pakwerker voor het trainen van een hond zijn:
• Het aanmoedigen van de prooidrift in de hond, indien nodig, door middel van prooi spelletjes met een leren bijtlap of een bijtrol. Gewoonlijk is dit bij een levendige en actieve hond niet nodig, of kan het zelfs een grote fout zijn, omdat de hond niet in de hand kan worden gehouden door te veel drift.
• Het verbeteren van de grip van de beet van de hond. Dit kan gebeuren door de pakwerker die spanning of juist ontspanning op de lijn of riem brengt, terwijl de geleider op zijn plaats blijft staan. Een volle beet is noodzakelijk, omdat de hond met zijn kiezen de sterkste grip heeft.
• Het trainen van de overgangsfase van het hebben van een goede beet van de hond naar het lossen. Hier moet een verandering in drift plaatsvinden, want vanuit krachtig bijtwerk dient een hond over te gaan in gehoorzaamheid. Het snelle loslaten van de hond is gewenst, en bijvoorbeeld onmiddellijk weer laten bijten op commando kan in de training de beloning zijn voor het snelle lossen van de hond.
• Het trainen van de bewakingsfase van de hond met het stil in de gaten houden van de pakwerker die geen enkele beweging maakt. Deze laatste kijkt naar de hond en moet zien of de hond attent, drangvol en op korte afstand bewaakt. Als beloning voor correct bewaken kan de helper een aanval op de hond uitvoeren door eerst de softstok en de bijtmouw te bewegen. Later kan de pakwerker ook alleen de softstok dreigend gebruiken, waarna de hond in beide gevallen mag reageren met bijten in de bijtmouw.
• Het trainen van de belastingsfase met het bijbehorende dynamische werk van de pakwerker. Gedurende de volledige belastingsfase moet de hond zich onbevangen tonen en een krachtige, volle en rustige beet tonen. Als de hond krachtig heeft ingebeten kunnen de slagen met de softstok op de rug of de schouders van de hond plaatsvinden. De hond moet zich tijdens de stokslagen onbevangen tonen en zonder zich te laten intimideren gedragen. Gedurende de volledige belastingsfase moet de hond een volle droge beet tonen. In de opleiding kan de hond na de stokslagen onmiddellijk de bijtmouw als beloning krijgen. Belangrijk hierbij is dat de hond een rustige beet houdt zonder herbijten. Daarom is het altijd verstandig de belastingsfase stapsgewijs op te bouwen en zonder teveel druk ineens.

tekst: Resi Gerritsen en Ruud Haak
foto’s: Markus Mohr

Meer over de moderne wijze van IPO training vindt u in het boek K9 Schutzhund Training, a Manual for IPO Training through Positive Reinforcement, geschreven door Resi Gerritsen en Ruud Haak.

 

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 2

De training van honden voor IGP (Internationale Gebruikshonden Prüfungsordnung) kan door toepassen van moderne leermethoden ook in de afdeling C, het pakwerk, sterk worden verbeterd. Was in vroegere trainingen van pakwerk het provoceren van de hond tot bijten het belangrijkst, de moderne manier van opleiding in pakwerk richt zich nu allereerst op training van de zelfbeheersing van de hond door middel van positieve versterking.

Vorige maand lieten we u zien hoe u de oefening ‘revieren’ met behulp van positieve versterking kunt aanleren. Deze maand leest u het vervolg hierop namelijk de oefeningen ‘aanblaffen en bewaken’, ‘aan de voet roepen’ en ‘volgen vanaf het verstek naar de gemarkeerde plek waar de hond moet liggen voor de oefening vluchtverhindering’, die we eveneens zonder de hulp van een pakwerker kunnen aanleren. Lees verder

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 1

Sinds de publicatie van het succesvolle boek ‘Africhten tot Verdedigingshond’ zijn de methoden voor de opleiding van honden enorm veranderd. Ook in de trainingen voor IPO (Internationale Prüfungs Ordnung), het vroegere Verdedigingshond (VH), worden de moderne leermethoden voor honden door middel van positieve versterking tegenwoordig meer en meer geaccepteerd.

De training van honden in de IPO afdeling C, het pakwerk, kan door het toepassen van die moderne leermethoden sterk worden verbeterd. Was in vroegere trainingen van pakwerk het provoceren van de hond tot bijten het belangrijkst, de moderne manier van opleiding in pakwerk richt zich nu allereerst op training van de zelfbeheersing van de hond door middel van positieve versterking. Lees verder

SAR trainingsmethode – deel 3

Spelen als beloning.
In onze Search and Rescue Dogs training gebruiken we het complex van driften die een rol spelen bij de jacht, om de hond ertoe te brengen te werken voor ons doel: het zoeken naar mensen. Jagen was en is nog steeds de sterkste specialisatie van de hond, ook in niet-jachthonden. En jagen is zoeken.

Omdat de geleider de hond zijn natuur laat volgen, zal de hond al zijn driftenergie gebruiken bij het zoeken, met daarna de bevrediging over het vinden van de ‘prooi’. De hond kan zijn driftenergie op deze ‘prooi’ uitleven – voor ons doel een tennisbal in een lange sok – om de laatste fasen van zijn jacht-driftcomplex uit te voeren: schudden, doodbijten of de prooi wegslepen.

Een tennisbal zonder sok is daarvoor ongeschikt, omdat de hond daar alleen maar op kan kauwen. Laat de hond vanaf het begin met de sokkenbal spelen zoals hij dat graag doet, en onderbreek zijn spel niet door uw acties of commando’s. Omdat deze methode direct aansluit bij de natuur en primitieve driften van de hond, ontwikkelt hij op deze manier zeer beslist een sterke passie voor zoeken!

SAR trainingsmethode – deel 2

Het leerproces.
De video van 3 minuten laat zien hoe in deze trainingsmethode het leerproces voor reddingshonden drie belangrijke stappen volgt:
1. Focus van de hond op de sokkenbal vestigen.
2. Een verbinding maken tussen de sokkenbal en een mens.
3. Het introduceren van een zoekgebied met menselijke geur.

In stap 1 zorgen we ervoor dat de hond het zoeken naar en vinden van zijn sokkenbal een heel leuk spel vindt.
In stap 2 bieden we die sokkenbal aan in verbinding met een zittende of liggende persoon.
De hond leert daarna in stap 3 dat het vinden van menselijke geur in een zoekgebied betekent dat hij zijn sokkenbal krijgt.

De hond zoekt daardoor steeds intensiever, want hij vindt het leuk om daarna met zijn sokkenbal als buit te spelen. Waarmee dus ook zijn verwijzingen bij het vinden van het ‘slachtoffer’ veel sterker worden.

SAR Trainingsmethode – deel1

In deze 4 minuten durende film laten we je het eerste deel zien van de trainingsmethode voor reddingshonden (Search and Rescue (SAR) dogs) die ontwikkeld werd door Resi Gerritsen en Ruud Haak.

In deze film leggen we de verschillende fasen van het jachtdrift-complex uit, een drift die niet alleen aanwezig is bij jachthonden, maar ook bij niet-jachthonden.

Soms denken mensen dat een reddingshond uit een soort liefdadigheid of sympathie voor slachtoffers of vermiste personen het zoekwerk doet. Dat is natuurlijk onzin. De reddingshond helpt ons namelijk in zijn oude rol van jager. Meestal wordt dit idee met verontwaardiging afgewezen. Een hond mag nooit op mensen jagen… Maar toch is het zo!

En er is meer: in de kynologische literatuur ontdekten we namelijk ook dat de jachtdrift in een hond kan worden opgewekt én behouden totdat de hond fysiek uitgeput is. En dat is precies wat we nodig hebben voor de lange en moeilijke zoekopdrachten tijdens een daadwerkelijke inzet!

© 2021 Kringgroep De Grensstreek

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑