Tag: werkhonden

Werkhonden onder vuur (deel 1)

Hoe het zover kon komen …

In maart van dit jaar werd ons land opgeschrikt door een film in het programma ‘Undercover in Nederland’ waarin beelden werden getoond van hondengeleiders die hun honden tijdens de trainingen mishandelden. Dit bleef niet zonder gevolgen, want de politie startte een onderzoek en naar aanleiding daarvan werden in juli zeven hondengeleiders aangehouden en vier honden in beslag genomen.

Strafrechtelijk onderzoek
De geleiders worden door de politie gehoord over hun aandeel in de mishandelingen van de honden en daarvan wordt een dossier opgemaakt dat naar het Openbaar Ministerie wordt gestuurd voor een strafrechtelijke afhandeling van de zaak. De film is gemaakt op drie verschillende locaties van verenigingen die onder de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging (KNPV) vielen. Inmiddels is de erkenning van deze groepen door de KNPV ingetrokken.Ongetwijfeld zijn dit soort beelden ook bij andere clubs wel te maken, want in africhtings kringen is het bekend dat er verenigingen zijn die nog met middeleeuwse africhtings methoden werken. De vraag is, waar komt dit gedrag vandaan? Hoe heeft zich dit ontwikkeld?

Africhting
Onder africhting verstaan we in dit artikel de politiehond africhting (KNPV) en de IGP (Internationaal Gebruikshonden Programma), vroeger IPO (Internationale Prüfungs Ordnung) en nog langer geleden het programma Verdedigingshond, en ook de Ringsport of Mondioring.De honden waarmee dit wordt beoefend zijn over het algemeen de werkhonden, zoals Duitseherder, Mechelaar, Rottweiler, Dobermann,Bouvier, Riesenschnauzer en Hollandse herder. Binnen de KNPV worden ook heel veel kruisingen gebruikt, die eigenlijk wel een eigen lijnteelt hebben. Daar wordt gericht gefokt met goede karakter honden om een stabiele, stoere werk hond te krijgen.Binnen deze programma’s zit het zogenaamde manwerk of pakwerk, waar de hond bijt op een pakwerker of helper, die speciale beschermende kleding draagt. Dit onderdeel is vaak heel spectaculairen voor veel hondengeleiders het meest aantrekkelijke deel van de training. Ook in de wedstrijden zie je het publiek juist op die onderdelen weer toestromen om te kijken hoe een hond z’n mannetje staat. Het vraagt ook een bepaald type hond om dit werk goed te kunnen doen.

Karakter en driften
Voor het manwerk heeft een hond moed en belastbaarheid nodig en een stabiel karakter,maar ook bepaalde driften. Hij moet het leuk vinden om achter iets aan te gaan en dit te willen vangen. De natuurlijke aanleg wordt aangesproken om het gewenste gedrag te kunnen ontwikkelen.Zo wordt een pup of jonge hond vaak eerst met een zacht bijtkussen of een bijtlap ‘geplaagd’. De jute of leren bijtlap beweegt kort voor hem heen en weer over de grond, en beweegt van hemweg. Daar wil de hond dan wel achteraan en probeert de lap te pakken. Na enige tijd mag hij erin bijten en de lap winnen! Daar worden de eerste oefeningen gedaan om later tot het pakwerk te komen. Zo worden honden ook getest of ze voldoende natuurlijke aanleg en driften hebben om dit spelletje leuk te vinden. Dat is medebepalend voor een succesvolle opleiding in de KNPV of IGP. Bij het manwerk is een van de basisoefeningen het achter de pakwerker of helper aangaan en deze tot stilstand brengen door in de arm of in het been te bijten. In de praktijk van de politie hond wordt dit nogal eens ingezet om een verdachte, die wil vluchten, totstaan te brengen. En dat dit heel vaak succes heeft kunnen we regelmatig in de krant lezen.Vanuit de praktijk zijn honden nodig die dit werk bij de politie,douane en andere overheids- en bewakings diensten kunnen doen.In de loop van de geschiedenis hebben zich deze programma’s dan ook ontwikkeld.

pakwerk vroeger

Pakwerkers of helpers in de beschermende kleding aan het begin van de vorige eeuw.

Begin van de africhting
Rond 1900 werden er in ons land al wel honden afgericht voor de politie, maar waren deze mensen nog niet georganiseerd in een vereniging. Er waren al wel contacten met een Duitse politiehonden vereniging en in 1907 werd de heer Herfkens van de politie Den Haag uitgenodigd om een wedstrijd van politiehonden in de Duitse stad Hagen bij te wonen. Daar ontmoette hij de heer Kessler, ook uit Den Haag, en samen met de heer Steijns uit Roosendaal waren ze van mening dat er ook in Nederland een politiehond vereniging moest worden opgericht, wat na een maand een feit werd. Officieel werd op 1 november 1907 de Nederlandse Politiehonden Vereniging opgericht, die vijf jaar later de K van koninklijk kreeg toegevoegd en daarmee was de KNPV een feit.

Ook binnen de diverse rasverenigingen van werkhonden, zoals de Vereniging van fokkers en liefhebbers van Duitse Herdershonden (VDH), ontwikkelde zich rond 1917 de eerste werkcertificaten, die onderdeel werden voor de fokgeschiktheidskeuringen. Ook hier wilde men goede karakterhonden voor de fok selecteren en behouden. Van hieruit ontwikkelde zich het Verdedigingshond programma, later IPO en nu IGP. In de beginperiode van de africhting waren uiteraard de moderne leermethoden zoals we die nu kennen nog niet ontwikkeld. Niet bij mensen en niet bij honden. Rond 1920 werden er op scholen heel andere lesmethoden gebruikt dan tegenwoordig. Zo waren lijfstraffen nog heel gewoon, en het rietje waarmee kinderen werden geslagen was toen, en ook nog heel lang daarna, gemeengoed.

Ditzelfde gebeurde bij de africhting van honden, ook wel dressuur genoemd. Het idee was dat een hond gedwongen moest worden bepaalde oefeningen te doen. En hiervoor werd het gebruik van dwangmiddelen niet geschuwd. Ook ‘schoenmaat 46’, ofwel klompen, en andere zaken zoals stokken werden ingezet om honden te dwingen tot bepaalde gedragingen. Of om te proberen een al te driftige hond in het gareel te krijgen. Veelal kwam het van kwaad tot erger.

rotweiler pakwerk

Ook de Rottweiler staat zijn mannetje binnen de africhting. Foto: Ron Baltus.

Ontwikkeling van het africhten
Van aanvankelijk met name het werken met de neus, dus zoekwerk en speuren, werd bij de politiehonden het accent al snel verlegd naar het beschermen van de geleider en van objecten, wat ook meer als het ‘echte werk’ werd gezien. Dus kwam er meer aandacht voor de bijtkracht en het gehoor van de hond, wat hij nodig had om mens en objecten te beschermen en bewaken. Tevens kwam er in de vorige eeuw langzamerhand oog voor de verschillen in het karakter van de honden waarmee werd gewerkt, en dat betekende dat een trainer zijn opleidingsmethodes moest aanpassen aan de hond waarmee werd gewerkt. Rond 1950 ontstond al de discussie of alle honden met dezelfde ‘harde’ methode getraind moesten worden, of met een andere methode aangepast aan de individuele hond.

Binnen de KNPV zijn verschillende certificaten te halen en dat is nog steeds het doel van de hondengeleider die er traint, namelijk: het halen van een certificaat dat het beste bij de hond past. Dit inzicht binnen de KNPV heeft geresulteerd in de ‘Basiscursus KNPV dressuur’ met bijbehorend handboek waarin de modernste inzichten in de africhting helder zijn beschreven. Dat dit alles nog niet binnen alle geledingen van de KNPV is doorgedrongen blijkt wel uit de clubs waar is gefilmd. Het zal ook zeker nog enige tijd duren voor alle hondengeleiders in staat zijn om naar de modernste inzichten te gaan werken. Langzamerhand begint het wel in steeds meer clubs door te dringen dat het ook voor de hond leuk moet zijn om getraind te worden en de hondengeleider op een positieve manier zijn hond kan en moet trainen.

Ook binnen de IGP ziet men het steeds moderner worden van de trainingsmethoden. De hond wordt centraal gesteld en niet meer voor alle honden wordt dezelfde leermethode gebruikt. Maar helaas is ook binnen de IGP nog niet tot alle verenigingen doorgedrongen dat een hond niet meer afgericht hoeft te worden met een eind hout. En ook een prikband is niet noodzakelijk om een goed gehoorzame hond te krijgen. Inmiddels is trouwens de prikband al enige tijd wettelijk verboden en raken steeds meer hondengeleiders hiervan ook doordrongen.

Nieuwe africhtingsmethoden
Rond 1950 ontwikkelden zich binnen de wetenschap op diverse fronten leertheorieën, die later ook in de africhting door gaan dringen. Met name Pavlov en Skinner zijn hier bekende namen. Van belang is dat de wetenschap ontdekte dat, door bepaalde wijze van beïnvloeding van gedrag, je gedrag kunt veranderen. Als eerste werden op scholen niet meer de befaamde strafmethoden gebruikt, maar begon men met het complimenteren van de leerling als hij iets goed had gedaan. Ook werden er allerlei beloningssystemen ontwikkelt om kinderen te stimuleren en te motiveren om goed te werken. Ook dit nam een bepaalde tijd voor het tot alle scholen doordrong. Er was een nieuwe denkwijze voor nodig om een verandering in te zetten. Ditzelfde geldt voor de hondenafrichting, die ook heel lang op dezelfde wijze had getraind, en nu moest gaan omdenken en heel anders in de training moest starten. De uitspraak die zelfs soms nu nog gebezigd wordt ‘niet straffen, is al belonen’ is niet meer van toepassing in deze tijd!

Financiële aspecten
Met name binnen de KNPV worden honden die een certificaat hebben, of er vlak voor staan om dit te halen, verkocht. Er is dan ook een levendige handel in gecertificeerde politiehonden uit Nederland. Veel wordt er verkocht naar Amerika, maar ook in veel andere landen zijn deze honden heel geliefd en worden ze gekocht door overheidsdiensten, zoals politie en douane. Herinnert u zich nog de politiehond die hielp bij de arrestatie van de IS-leider Baghdadi? Deze hond was ook binnen de KNPV opgeleid. Een gecertificeerde hond brengt zo tussen de 5000,- en 6000,- euro op en uiteraard speelt dit aspect ook een rol binnen de africhting. Met bepaalde methoden van africhting is een hond sneller klaar voor het certificaat en brengt die dus sneller geld in het laatje.

Voor veel hondengeleiders binnen de KNPV is dit ook de uitdaging van het africhten. Zij houden ervan iedere keer weer met een nieuwe hond te beginnen en die weer voor de keuring te brengen. Ook binnen de IGP speelt geld een rol. Voor fokgeschiktheidskeuringen moeten bepaalde werkhondenrassen, bijvoorbeeld de Duitse herder, minimaal het IGP-1 diploma hebben. Er bestaan professionele africhters die meerdere honden in hun kennels hebben die ze moeten africhten voor een fokker. Hoe sneller dit klaar is, hoe sneller er weer een nieuwe hond kan komen om af te richten. Ook hiervoor worden behoorlijke prijzen betaald. Financiën bepalen dus voor een deel ook de manier van africhten. Het doet er niet toe hoe, maar liefst zo snel mogelijk moet de hond klaar zijn. Er is dan algemeen niet zoveel sprake van een band met een hond, hooguit een ‘werkovereenkomst’. Uiteraard is er, ook met name binnen de IGP, een grote groep mensen die de hond niet verkoopt als hij een diploma heeft gehaald. Hij traint dan gewoon door voor het volgende diploma. Dit samen trainen is dan de hobby waar ze voor gaan. Deze geleiders hebben duidelijk een andere binding met hun hond.

Stroomhalsband
Inmiddels is bekend geworden dat de stroomhalsband, ook wel e-collar of teletac genoemd, per 1 juli 2021 definitief wordt verboden. Binnen alle vormen van werken met honden waarbij pakwerk wordt gedaan, worden bij een hond driften losgemaakt die ook weer moeten worden gecontroleerd. Dat is bij honden die er een flinke portie van hebben, niet altijd op een makkelijke manier te bewerkstelligen. Hiervoor werden vroeger zeer hond onvriendelijke manieren gebruikt, zoals een eind hout, schoppen, slaan met riemen, enzovoort. En later dus de stroomhalsband. Nu de stroomhalsband wordt verboden, is er een groot gevaar dat veel van deze zeer hondonvriendelijke manieren weer terug komen in de africhting. Het zou m.i. daarom veel beter zijn een gecontroleerde manier van gebruik van deze band toe te staan. Als er een cursus, met aan het eind een certificaat, moet zijn gedaan om het gebruik van een stroomhalsband door een instructeur toe te laten, wordt voorkomen, dat er weer middeleeuwse methoden gebruikt moeten worden in het pakwerk.

Velen zullen mogelijk denken, dan doe je dat pakwerk maar niet, maar dan wordt de opleiding van bekwame politiehonden, die in Nederland en over de hele wereld worden gebruikt, erg moeilijk. En mogelijk zullen zij die het blijven trainen met een stroomhalsband dieper het bos in gaan om minder zichtbaar te oefenen. Met name in het pakwerk worden er namelijk driften aangesproken die een hond wel moet leren beheersen. In deze onderdelen zou het gebruik van een stroomhalsband toegestaan moeten worden, maar uitsluitend in handen van deskundigen die hiervoor opgeleid zijn. En die ook weten welke schade aangericht kan worden door een verkeerd gebruik van een stroomhalsband!

Het is te hopen, dat er uiteindelijk toch nog een verruiming van het besluit, dat dus volgend jaar ingaat, wordt overwogen. Nu mogen politie en de krijgsmacht in bijzondere gevallen onder specifieke voorwaarden de stroomhalsband nog gebruiken binnen het praktijkwerk van hun diensthonden. Dit is voorlopig de enige uitzondering. Een ander punt is dat de eisen binnen het pakwerk nog eens opnieuw bekeken moeten worden, en geanalyseerd hoe dit aan te leren bij een hond middels de conditionering, waarbij ook de grenzen van de conditionering meegenomen moeten worden. Dit laatste is een grote opgave waar zowel de KNPV als de IGP voor staat: Hun methoden van training zo ontwikkelen dat de stroomhalsband niet meer nodig is.

Tekst: Ruud Haak
Foto’s: Ron Baltus

 

© 2021 Kringgroep De Grensstreek

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑