Tag: IGP

Werkhonden onder vuur (deel 3)

Kan de stroomband in de ban?

Nu de Algemene Maatregel van Bestuur betreffende het gebruik van de stroomhalsband bij hondenafrichting per 1 juli 2021 definitief lijkt te worden, zullen alle clubs die deze stroomhalsband gebruiken hun africhtingsmethoden onder de loep moeten nemen. Vooral bij het onderdeel pakwerk wordt de stroomhalsband vaak ingezet. De hond moet op een commando van de geleider de mouw, ofwel de helper, loslaten. Voor honden die heel hoog in hun drift zitten, is dit niet eenvoudig.

Vanuit de traditie
Het gebruik van de stroomhalsband heeft al langere tijd zijn plaats in de africhting. Waar vroeger met prikbanden, een stuk hout, lijnen en dergelijke op de hond werd ingewerkt tijdens de training, wordt tegenwoordig de stroomhalsband gebruikt. De noodzaak van het gebruik van de stroomhalsband komt voort uit de traditionele methode van africhting: een bepaald gedrag stoppen op een moment dat de geleider het commando geeft.

Als een hond hoog in zijn drift zit bij het pakwerk, vol adrenaline zit en daardoor ongevoeliger is, dan kan de geleider hem veelal niet meer bereiken, en zijn er zwaardere middelen nodig om hem te stoppen. Dit hangt vaak samen met de wijze waarop de oefening is aangeleerd. Ook tegenwoordig nog worden jonge honden voor het pakwerk voluit ‘gejut’ en gek gemaakt om ze heel fanatiek te maken op de helper of de pakwerker.

Dat gebeurt vanuit de traditionele africhting. Hier wordt voorbij gegaan aan de moderne inzichten, waarbij oefeningen in een lage drift zouden moeten worden aangeleerd, en ook in verschillende onderdelen die dan later weer worden samengevoegd. De nieuwste wetenschappelijke inzichten, dat de emoties van de hond ten grondslag liggen aan het gedrag en leren van de hond worden nog nauwelijks meegenomen in de trainingen van werkhonden.

Wat nu van belang wordt, is dat africhters de verschillende oefeningen gaan analyseren en kijken hoe je de oefeningen op een moderne manier kunt aanleren,  gebruikmakend van deze nieuwste wetenschappelijke inzichten.

Emoties en leren
Een van die nieuwe wetenschappelijke inzichten komt van neurowetenschapper Jaak Panksepp, die middels Deep Brain Stimulation (DBS) aantoonde dat dieren emotionele gevoelens bewust kunnen ervaren. In zijn onderzoeken plaatste hij een electrode in een bepaald gebied in de hersenen, namelijk op dezelfde plek waar bij mensen deze emoties zitten.

Als hij middels de electrode het gebied prikkelde dan triggerde dit een bepaalde emotie, een prettige of onprettige. Hij had ze vooraf geleerd op een hendel te drukken als ze het gevoel wilden stoppen. En tevens konden ze middels een hendel bepaalde gevoelens langer laten duren of zelf een stimulatie opwekken. Zo vonden mannelijke ratten het lustgevoel zo prettig dat ze er wel oneindig mee wilden doorgaan.

Bij de stimulatie van het gebied wat boosheid genereert, wilden ze de stimulatie snel stoppen. Panksepp onderscheidt zeven verschillende emotionele hersensystemen, die hij SEEKING, FEAR, RAGE, CARE, GRIEF, LUST en PLAY noemde. Elian Hattinga van ’t Sant (www.elianhattinga.nl) schreef hier eerder uitgebreid over voor Onze Hond.

Met deze wetenschap, dat honden emoties en gevoelens hebben die ze – net als wij – bewust ervaren, zullen we op een heel andere manier naar het gedrag van onze honden moeten kijken en anders met ze om moeten gaan. Het is een stap verder in de ontwikkeling van de training met honden in het algemeen. Maar ook heel specifiek voor het trainen van werkhonden in het pakwerk.

Vast!’ is vast. Politiehonden die na hun opleiding in de praktijk ingezet worden, moeten hun mannetje staan.

Geen machine
Aangezien een hond geen machine is en ook nooit zal worden, zijn er wel grenzen aan de door ons opgelegde conditionering. Soms zullen zijn driften en instincten sterker zijn, ondanks intensieve conditionering door ons. Dit hebben de Brelands* al in 1961 in een artikel over conditionering van dieren beschreven. Kippen die middels de conditionering getraind waren en heel correct het geleerde uitvoerden, begonnen plotseling midden in de oefening achteruit in het zand te krabben en op de grond te pikken. Dit was hen niet geleerd, maar was hun natuurlijke (voedsel zoek)gedrag, aangestuurd vanuit het systeem SEEKING. Hetzelfde gebeurde bij de getrainde varkens die plotseling midden in de opdracht in de grond begonnen te wroeten met hun snuit.

Vanuit deze nieuwe inzichten wordt ook duidelijk waarom goed getrainde werkhonden op een bepaald moment toch niet meer gehoorzamen, ondanks dat ze het geleerde een lange tijd goed hebben uitgevoerd. Met name robuuste werkhonden kunnen lange tijd heel correct werken, en op commando stoppen, maar op gegeven moment willen ze bij het pakwerk niet meer lossen – vaak als de afstand tot de geleider te groot is.

De intrinsieke drang van de hond om door te gaan, in die hoge drift, wint het dan van de angst voor de pijn en schrik van de dreigende correctie. In deze situatie is het gebruik van een stroomhalsband om de hond te laten loslaten hond vriendelijker dan al die andere middelen. Door de correctie met de stroomhalsband, die dus ook op afstand van de geleider kan worden gegeven, neemt de opwinding af en wordt de hond weer bereikbaar in deze situatie. Ook zal hij zich lange tijd houden aan de grenzen die van hem verlangd worden.

Typen africhters
Hondengeleiders die werkhonden trainen in de IGP, KNPV,  Mondioring of een soortgelijk programma zijn te verdelen in verschillende typen. De mensen die we op de filmpjes bij ‘Undercover’ hebben gezien, horen bij de groep die hun frustraties en boosheid op de honden afreageren, en zij hebben nog geen enkel benul van het feit dat we niet meer in de middeleeuwen leven. Ze hebben nog niet gehoord van de meer moderne africhtingsmethoden, of verwerpen deze.

Helaas bestaat deze groep nog steeds in alle werkhondensporten, maar die groep wordt gelukkig wel steeds kleiner. Steeds meer beginnen hondengeleiders na te denken over hoe ze een hond op een hondvriendelijkere manier tot een bepaald niveau in de africhting kunnen brengen, maar het is wel moeilijk om een gewoonte te doorbreken en nieuw aan te leren. Vooral als het niet (gelijk) goed gaat, wordt vaak, mede vanuit frustratie, teruggegrepen op de oude methode van straffen.

Het type africhter die wil showen hoe sterk en stoer hij is, heeft moeite met anders denken. Uitspraken als ‘Mijn hond kan ik niet met kaas africhten, daar is ie veel te sterk voor’, of ‘Laat ‘m voelen wie de baas is!’, passen bij dit type africhter. En dat laatste proberen ze dan te pas en te onpas door correcties en onplezierige handelingen door te drukken, vaak met als gevolg dat de hond bang of boos gaat worden. Dan draait de hond zich naar zijn geleider, deze is immers de veroorzaker van die pijn, en zet zijn tanden in hem. Wat voor de geleider dan helemaal het signaal is dat hij de hond eens flink laten voelen ‘wie de baas is’. Het is zeer beslist verschrikkelijk moeilijk om deze mensen in beweging te brengen op weg naar een moderne africhting.

Helaas
Toch is momenteel de grootste groep africhters zeker op weg naar de modernere manier van trainen. Helaas werd die moderne manier van africhten volledig ingezet met ongewenst gedrag negeren of blokkeren, en alleen gewenst gedrag belonen, maar dit is veel te beperkt voor harde, intrinsiek gemotiveerde werkhonden.

Een werkhond met hoge driften en een hoge drive om te werken, heeft ook duidelijke feedback nodig als bepaald gedrag ongewenst is, en moet ook echt stoppen op commando. Deze honden kun je niet met alléén een clicker en een voertje tot een certificaat of examen brengen. Zeker niet met de huidige eisen die op examens worden gesteld.

Wat dat betreft is het erg kort door de bocht van de overheid om het besluit tot het verbieden van de stroomhalsband voor alles en iedereen door te zetten. Het zou getuigen van inzicht als ze hier een uitzondering zouden hebben gemaakt voor genoemde disciplines en dan speciaal in het pakwerk. En daar natuurlijk ook een eis van een gevolgde cursus en een behaald certificaat aan hangen.

Nu is het gevaar groot dat we teruggaan naar middeleeuwse methoden, maar dan uit het zicht: in schuren en diep in de bossen. Een grote groep goedwillende africhters gaat het dus heel moeilijk krijgen. De politie heeft overigens boter op het hoofd als ze zeggen dat ze geen honden meer aankopen die met behulp van stroom zijn afgericht.

De goede honden uit de KNPV die een heel hoog niveau hebben van africhting, en zowel in binnen- als buitenland zeer goed voldoen in de dienst en praktijk, gaan dan voor de politie verloren. Waar moet de politie dan zijn honden vandaan halen, want tijd om ze zelf af te richten daar hebben ze het geld en de mankracht niet voor?

pakwerk_winterswijk3

‘Los!’ is los. Een werkhond met hoge driften en een hoge drive om te werken, moet ook kunnen stoppen op commando.

Pakwerk
Laten we nog eens kijken naar het onderdeel pakwerk in zowel de KNPV als de IGP,  Mondioring en Ringsport. Hier worden driften van de hond aangesproken die tot grote hoogte worden gebracht, ofwel al sterk in de werkhond aanwezig zijn, en verder worden uitgebouwd. Politiehonden die na hun opleiding in de praktijk ingezet worden, moeten hun mannetje staan. Ze kunnen in die situatie niet achter hun geleider wegkruipen, omdat ze de situatie toch niet aandurven. Om tijdens rellen naar voren te durven gaan, waar veel lawaai is en allerlei projectielen vliegen, kom je veelal niet ver met een hond die lief en zacht van karakter is. Hij zal in deze situaties stoer en moedig moeten zijn.

Dit vergt al een bepaald type hond, en op dit gedrag wordt binnen de diverse programma’s getraind en steeds verder uitgebouwd. Uiteraard kunnen we de vraag stellen of we zulke honden nog willen, maar de politie zal voor zijn uitvoerende taak nog veel situaties kennen waar ze graag een hond inzetten. Binnen de fokkerij zullen dan ook de criteria voor de fokgeschiktheid aangepast moeten worden, bijvoorbeeld wordt bij de Duitse Herder een IGP 1 verlangd.

Ditzelfde is ook bij diverse andere werkhondenrassen gewenst. Vooral in het onderdeel pakwerk liggen de grenzen van de conditionering dicht aan de oppervlakte en als er geen goede inwerking meer mogelijk is, dan zal dit onderdeel waarschijnlijk in de toekomst verloren gaan. Ook zullen dan andere type honden gefokt moeten gaan worden, die slechts lage tot gemiddelde driften hebben met een grote ‘will to please’. En ook de programma’s van de KNPV, IGP, Mondioring en Ringsport moeten dan op de schop om de eisen anders te gaan stellen. Een hond kan geen hoge driften tonen als hij ze niet meer heeft.

Toekomst
In welke richting we in de toekomst met de werkhond gaan is zeer de vraag, want ook internationaal staat het pakwerk steeds meer onder druk. In bijvoorbeeld Zwitserland is in de IGP de stokslag al verboden, en in Frankrijk is dit jaar een wetsontwerp ingediend, waarbij pakwerk verboden gaat worden. Helaas is ook bij het grote publiek niet goed bekend hoe en waarom het pakwerk voor honden zo leuk is. En juist daar is het toch ook de taak van de beoefenaars van deze tak van hondensport, en hun verenigingen, om wat meer op een positieve manier aan de weg te timmeren!

Met dank aan: Ruud Haak
Foto’s: Ron Baltus

 

 

 

 

 

Werkhonden onder vuur (deel 1)

Hoe het zover kon komen …

In maart van dit jaar werd ons land opgeschrikt door een film in het programma ‘Undercover in Nederland’ waarin beelden werden getoond van hondengeleiders die hun honden tijdens de trainingen mishandelden. Dit bleef niet zonder gevolgen, want de politie startte een onderzoek en naar aanleiding daarvan werden in juli zeven hondengeleiders aangehouden en vier honden in beslag genomen.

Strafrechtelijk onderzoek
De geleiders worden door de politie gehoord over hun aandeel in de mishandelingen van de honden en daarvan wordt een dossier opgemaakt dat naar het Openbaar Ministerie wordt gestuurd voor een strafrechtelijke afhandeling van de zaak. De film is gemaakt op drie verschillende locaties van verenigingen die onder de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging (KNPV) vielen. Inmiddels is de erkenning van deze groepen door de KNPV ingetrokken.Ongetwijfeld zijn dit soort beelden ook bij andere clubs wel te maken, want in africhtings kringen is het bekend dat er verenigingen zijn die nog met middeleeuwse africhtings methoden werken. De vraag is, waar komt dit gedrag vandaan? Hoe heeft zich dit ontwikkeld?

Africhting
Onder africhting verstaan we in dit artikel de politiehond africhting (KNPV) en de IGP (Internationaal Gebruikshonden Programma), vroeger IPO (Internationale Prüfungs Ordnung) en nog langer geleden het programma Verdedigingshond, en ook de Ringsport of Mondioring.De honden waarmee dit wordt beoefend zijn over het algemeen de werkhonden, zoals Duitseherder, Mechelaar, Rottweiler, Dobermann,Bouvier, Riesenschnauzer en Hollandse herder. Binnen de KNPV worden ook heel veel kruisingen gebruikt, die eigenlijk wel een eigen lijnteelt hebben. Daar wordt gericht gefokt met goede karakter honden om een stabiele, stoere werk hond te krijgen.Binnen deze programma’s zit het zogenaamde manwerk of pakwerk, waar de hond bijt op een pakwerker of helper, die speciale beschermende kleding draagt. Dit onderdeel is vaak heel spectaculairen voor veel hondengeleiders het meest aantrekkelijke deel van de training. Ook in de wedstrijden zie je het publiek juist op die onderdelen weer toestromen om te kijken hoe een hond z’n mannetje staat. Het vraagt ook een bepaald type hond om dit werk goed te kunnen doen.

Karakter en driften
Voor het manwerk heeft een hond moed en belastbaarheid nodig en een stabiel karakter,maar ook bepaalde driften. Hij moet het leuk vinden om achter iets aan te gaan en dit te willen vangen. De natuurlijke aanleg wordt aangesproken om het gewenste gedrag te kunnen ontwikkelen.Zo wordt een pup of jonge hond vaak eerst met een zacht bijtkussen of een bijtlap ‘geplaagd’. De jute of leren bijtlap beweegt kort voor hem heen en weer over de grond, en beweegt van hemweg. Daar wil de hond dan wel achteraan en probeert de lap te pakken. Na enige tijd mag hij erin bijten en de lap winnen! Daar worden de eerste oefeningen gedaan om later tot het pakwerk te komen. Zo worden honden ook getest of ze voldoende natuurlijke aanleg en driften hebben om dit spelletje leuk te vinden. Dat is medebepalend voor een succesvolle opleiding in de KNPV of IGP. Bij het manwerk is een van de basisoefeningen het achter de pakwerker of helper aangaan en deze tot stilstand brengen door in de arm of in het been te bijten. In de praktijk van de politie hond wordt dit nogal eens ingezet om een verdachte, die wil vluchten, totstaan te brengen. En dat dit heel vaak succes heeft kunnen we regelmatig in de krant lezen.Vanuit de praktijk zijn honden nodig die dit werk bij de politie,douane en andere overheids- en bewakings diensten kunnen doen.In de loop van de geschiedenis hebben zich deze programma’s dan ook ontwikkeld.

pakwerk vroeger

Pakwerkers of helpers in de beschermende kleding aan het begin van de vorige eeuw.

Begin van de africhting
Rond 1900 werden er in ons land al wel honden afgericht voor de politie, maar waren deze mensen nog niet georganiseerd in een vereniging. Er waren al wel contacten met een Duitse politiehonden vereniging en in 1907 werd de heer Herfkens van de politie Den Haag uitgenodigd om een wedstrijd van politiehonden in de Duitse stad Hagen bij te wonen. Daar ontmoette hij de heer Kessler, ook uit Den Haag, en samen met de heer Steijns uit Roosendaal waren ze van mening dat er ook in Nederland een politiehond vereniging moest worden opgericht, wat na een maand een feit werd. Officieel werd op 1 november 1907 de Nederlandse Politiehonden Vereniging opgericht, die vijf jaar later de K van koninklijk kreeg toegevoegd en daarmee was de KNPV een feit.

Ook binnen de diverse rasverenigingen van werkhonden, zoals de Vereniging van fokkers en liefhebbers van Duitse Herdershonden (VDH), ontwikkelde zich rond 1917 de eerste werkcertificaten, die onderdeel werden voor de fokgeschiktheidskeuringen. Ook hier wilde men goede karakterhonden voor de fok selecteren en behouden. Van hieruit ontwikkelde zich het Verdedigingshond programma, later IPO en nu IGP. In de beginperiode van de africhting waren uiteraard de moderne leermethoden zoals we die nu kennen nog niet ontwikkeld. Niet bij mensen en niet bij honden. Rond 1920 werden er op scholen heel andere lesmethoden gebruikt dan tegenwoordig. Zo waren lijfstraffen nog heel gewoon, en het rietje waarmee kinderen werden geslagen was toen, en ook nog heel lang daarna, gemeengoed.

Ditzelfde gebeurde bij de africhting van honden, ook wel dressuur genoemd. Het idee was dat een hond gedwongen moest worden bepaalde oefeningen te doen. En hiervoor werd het gebruik van dwangmiddelen niet geschuwd. Ook ‘schoenmaat 46’, ofwel klompen, en andere zaken zoals stokken werden ingezet om honden te dwingen tot bepaalde gedragingen. Of om te proberen een al te driftige hond in het gareel te krijgen. Veelal kwam het van kwaad tot erger.

rotweiler pakwerk

Ook de Rottweiler staat zijn mannetje binnen de africhting. Foto: Ron Baltus.

Ontwikkeling van het africhten
Van aanvankelijk met name het werken met de neus, dus zoekwerk en speuren, werd bij de politiehonden het accent al snel verlegd naar het beschermen van de geleider en van objecten, wat ook meer als het ‘echte werk’ werd gezien. Dus kwam er meer aandacht voor de bijtkracht en het gehoor van de hond, wat hij nodig had om mens en objecten te beschermen en bewaken. Tevens kwam er in de vorige eeuw langzamerhand oog voor de verschillen in het karakter van de honden waarmee werd gewerkt, en dat betekende dat een trainer zijn opleidingsmethodes moest aanpassen aan de hond waarmee werd gewerkt. Rond 1950 ontstond al de discussie of alle honden met dezelfde ‘harde’ methode getraind moesten worden, of met een andere methode aangepast aan de individuele hond.

Binnen de KNPV zijn verschillende certificaten te halen en dat is nog steeds het doel van de hondengeleider die er traint, namelijk: het halen van een certificaat dat het beste bij de hond past. Dit inzicht binnen de KNPV heeft geresulteerd in de ‘Basiscursus KNPV dressuur’ met bijbehorend handboek waarin de modernste inzichten in de africhting helder zijn beschreven. Dat dit alles nog niet binnen alle geledingen van de KNPV is doorgedrongen blijkt wel uit de clubs waar is gefilmd. Het zal ook zeker nog enige tijd duren voor alle hondengeleiders in staat zijn om naar de modernste inzichten te gaan werken. Langzamerhand begint het wel in steeds meer clubs door te dringen dat het ook voor de hond leuk moet zijn om getraind te worden en de hondengeleider op een positieve manier zijn hond kan en moet trainen.

Ook binnen de IGP ziet men het steeds moderner worden van de trainingsmethoden. De hond wordt centraal gesteld en niet meer voor alle honden wordt dezelfde leermethode gebruikt. Maar helaas is ook binnen de IGP nog niet tot alle verenigingen doorgedrongen dat een hond niet meer afgericht hoeft te worden met een eind hout. En ook een prikband is niet noodzakelijk om een goed gehoorzame hond te krijgen. Inmiddels is trouwens de prikband al enige tijd wettelijk verboden en raken steeds meer hondengeleiders hiervan ook doordrongen.

Nieuwe africhtingsmethoden
Rond 1950 ontwikkelden zich binnen de wetenschap op diverse fronten leertheorieën, die later ook in de africhting door gaan dringen. Met name Pavlov en Skinner zijn hier bekende namen. Van belang is dat de wetenschap ontdekte dat, door bepaalde wijze van beïnvloeding van gedrag, je gedrag kunt veranderen. Als eerste werden op scholen niet meer de befaamde strafmethoden gebruikt, maar begon men met het complimenteren van de leerling als hij iets goed had gedaan. Ook werden er allerlei beloningssystemen ontwikkelt om kinderen te stimuleren en te motiveren om goed te werken. Ook dit nam een bepaalde tijd voor het tot alle scholen doordrong. Er was een nieuwe denkwijze voor nodig om een verandering in te zetten. Ditzelfde geldt voor de hondenafrichting, die ook heel lang op dezelfde wijze had getraind, en nu moest gaan omdenken en heel anders in de training moest starten. De uitspraak die zelfs soms nu nog gebezigd wordt ‘niet straffen, is al belonen’ is niet meer van toepassing in deze tijd!

Financiële aspecten
Met name binnen de KNPV worden honden die een certificaat hebben, of er vlak voor staan om dit te halen, verkocht. Er is dan ook een levendige handel in gecertificeerde politiehonden uit Nederland. Veel wordt er verkocht naar Amerika, maar ook in veel andere landen zijn deze honden heel geliefd en worden ze gekocht door overheidsdiensten, zoals politie en douane. Herinnert u zich nog de politiehond die hielp bij de arrestatie van de IS-leider Baghdadi? Deze hond was ook binnen de KNPV opgeleid. Een gecertificeerde hond brengt zo tussen de 5000,- en 6000,- euro op en uiteraard speelt dit aspect ook een rol binnen de africhting. Met bepaalde methoden van africhting is een hond sneller klaar voor het certificaat en brengt die dus sneller geld in het laatje.

Voor veel hondengeleiders binnen de KNPV is dit ook de uitdaging van het africhten. Zij houden ervan iedere keer weer met een nieuwe hond te beginnen en die weer voor de keuring te brengen. Ook binnen de IGP speelt geld een rol. Voor fokgeschiktheidskeuringen moeten bepaalde werkhondenrassen, bijvoorbeeld de Duitse herder, minimaal het IGP-1 diploma hebben. Er bestaan professionele africhters die meerdere honden in hun kennels hebben die ze moeten africhten voor een fokker. Hoe sneller dit klaar is, hoe sneller er weer een nieuwe hond kan komen om af te richten. Ook hiervoor worden behoorlijke prijzen betaald. Financiën bepalen dus voor een deel ook de manier van africhten. Het doet er niet toe hoe, maar liefst zo snel mogelijk moet de hond klaar zijn. Er is dan algemeen niet zoveel sprake van een band met een hond, hooguit een ‘werkovereenkomst’. Uiteraard is er, ook met name binnen de IGP, een grote groep mensen die de hond niet verkoopt als hij een diploma heeft gehaald. Hij traint dan gewoon door voor het volgende diploma. Dit samen trainen is dan de hobby waar ze voor gaan. Deze geleiders hebben duidelijk een andere binding met hun hond.

Stroomhalsband
Inmiddels is bekend geworden dat de stroomhalsband, ook wel e-collar of teletac genoemd, per 1 juli 2021 definitief wordt verboden. Binnen alle vormen van werken met honden waarbij pakwerk wordt gedaan, worden bij een hond driften losgemaakt die ook weer moeten worden gecontroleerd. Dat is bij honden die er een flinke portie van hebben, niet altijd op een makkelijke manier te bewerkstelligen. Hiervoor werden vroeger zeer hond onvriendelijke manieren gebruikt, zoals een eind hout, schoppen, slaan met riemen, enzovoort. En later dus de stroomhalsband. Nu de stroomhalsband wordt verboden, is er een groot gevaar dat veel van deze zeer hondonvriendelijke manieren weer terug komen in de africhting. Het zou m.i. daarom veel beter zijn een gecontroleerde manier van gebruik van deze band toe te staan. Als er een cursus, met aan het eind een certificaat, moet zijn gedaan om het gebruik van een stroomhalsband door een instructeur toe te laten, wordt voorkomen, dat er weer middeleeuwse methoden gebruikt moeten worden in het pakwerk.

Velen zullen mogelijk denken, dan doe je dat pakwerk maar niet, maar dan wordt de opleiding van bekwame politiehonden, die in Nederland en over de hele wereld worden gebruikt, erg moeilijk. En mogelijk zullen zij die het blijven trainen met een stroomhalsband dieper het bos in gaan om minder zichtbaar te oefenen. Met name in het pakwerk worden er namelijk driften aangesproken die een hond wel moet leren beheersen. In deze onderdelen zou het gebruik van een stroomhalsband toegestaan moeten worden, maar uitsluitend in handen van deskundigen die hiervoor opgeleid zijn. En die ook weten welke schade aangericht kan worden door een verkeerd gebruik van een stroomhalsband!

Het is te hopen, dat er uiteindelijk toch nog een verruiming van het besluit, dat dus volgend jaar ingaat, wordt overwogen. Nu mogen politie en de krijgsmacht in bijzondere gevallen onder specifieke voorwaarden de stroomhalsband nog gebruiken binnen het praktijkwerk van hun diensthonden. Dit is voorlopig de enige uitzondering. Een ander punt is dat de eisen binnen het pakwerk nog eens opnieuw bekeken moeten worden, en geanalyseerd hoe dit aan te leren bij een hond middels de conditionering, waarbij ook de grenzen van de conditionering meegenomen moeten worden. Dit laatste is een grote opgave waar zowel de KNPV als de IGP voor staat: Hun methoden van training zo ontwikkelen dat de stroomhalsband niet meer nodig is.

Tekst: Ruud Haak
Foto’s: Ron Baltus