Tag: Ruud Haak

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 3

Veel oefeningen die belangrijk zijn in de afdeling C, het pakwerk, kunnen zonder de hulp van een pakwerker door de geleider worden getraind. In de beide vorige afleveringen bespraken we het trainen zonder pakwerker van de oefeningen ‘revieren’, ‘aanblaffen en bewaken’ en ‘het brengen van de hond naar de plaats voor de vluchtverhindering’. In deze aflevering bespreken we de ‘transport’ oefeningen.

TRANSPORT
Volgens het IGP reglement vindt er een ‘zijtransport’ van de pakwerker plaats over een afstand van ongeveer twintig passen, waarbij een commando voor het volgen is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van de pakwerker lopen, zodat hij tussen de pakwerker en zijn geleider in loopt. Tijdens het transport moet de hond de pakwerker opmerkzaam observeren, maar hij mag hem niet hinderen of inbijten. Op deze wijze lopen ze naar de keurmeester.

Op aanwijzing van de geleider wordt bij IPO 2 en 3 een ‘rugtransport’ van de pakwerker uitgevoerd in een normaal tempo over een afstand van ongeveer dertig passen. De geleider beveelt de pakwerker om te vertrekken en volgt met zijn correct en vrij aan de voet lopende hond op een afstand van vijf passen. Die afstand moet gedurende het gehele rugtransport worden aangehouden en de hond moet opmerkzaam blijven op de pakwerker.

TRANSPORT

Voor het trainen van de oefening ‘rugtransport kunt u gebruik maken van een
grote bal waar de hond graag mee speelt. Neem de hond in de basispositie met
het commando ‘voet’ en wacht tot de hond naar uw gezicht kijkt.

RUGTRANSPORT
De ‘transport’ oefeningen zijn in feite gehoorzaamheidsoefeningen die u eveneens kunt trainen zonder de hulp van een pakwerker. Bij voorkeur begint u met het ‘rugtransport’. Ook voor deze oefening kunnen we gebruik maken van een grote (voet)bal of nog beter een op afstand bedienbaar balkanon, zoals de in de vorige aflevering beschreven ‘Smartfetch Up’. Plaats de grote bal of het balkanon tien passen voor de zittende en wachtende hond.

Neem nu de hond met het commando ‘voet’ in de basispositie en wacht tot de hond naar uw gezicht kijkt. Geef dan het commando ‘transport’, kijk zelf naar de bal, en zodra ook de hond naar de bal kijkt geeft u hem het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’, waarmee hij de bal kan nemen en kort spelen. Eventueel laat u de bal op dat moment door iemand wegschoppen. Als u werkt met het balkanon drukt u op de afstandsbediening en geeft zodra de bal wegschiet uw hond het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’.

Train de oefening op verschillende plaatsen. Als de hond dit deel van de oefening begrijpt, loopt u na het commando ‘transport’ eerst twee of drie stappen in de richting van de bal, waarbij het aan te bevelen is om uw hond tegen uw knie aan te laten volgen. Sta niet toe dat hij vooruit probeert te lopen, maar laat uw hond contact met uw been houden. Als hij die paar passen goed doet geeft u hem het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’. Door dit nauwe contact met uw been hoeft u niet te kijken of uw hond correct naast u loopt tijdens dit rugtransport, omdat u het kunt voelen. Als alles goed gaat maakt u meer stappen en later ook 90º bochten naar rechts en links voordat de hond de bal mag pakken of u het balkanon activeert.

Geef dan het commando ‘transport’, kijk zelf naar de bal en zodra ook de hond naar de bal kijkt geeft u hem het commando ‘volg’. Door het nauwe contact met uw been hoeft u niet te kijken of uw hond correct volgt, omdat u het kunt voelen.

ZIJTRANSPORT
Voor de training van het ‘zijtransport’ hebben we een helper nodig, maar niet noodzakelijk de pakwerker. Iedereen die voor u een bal kan vasthouden is bruikbaar. Deze persoon gaat op enkele passen afstand voor u staan en houdt de bal in zijn hand voor zijn lichaam. Roep uw hond in de basispositie met ‘voet’ of ‘volg’, ga aan de rechterkant van de helper staan en geef het commando ‘transport’. De hond mag nu naar de bal voor het lichaam van de helper kijken, maar moet contact met uw been houden. Samen met de helper loopt u eerst twee of drie stappen en op uw commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’ gooit de helper de bal weg en mag de hond die bal pakken. Ook hier maakt u, als alles goed gaat, meer stappen en later ook bochten naar links en rechts voordat de bal wordt weggeworpen. De volgende oefening is met een helper die met de ene hand de bal voor zijn lichaam draagt en in de andere hand de softstok langs zijn lichaam houdt. Als einde van dat zijtransport stopt u dan voor een andere persoon. De helper geeft de softstok aan die andere persoon, terwijl hij de bal stil voor zijn lichaam houdt. U stapt als geleider daarna met uw hond en het commando ‘volg’ weg zonder dat de hond de bal van de helper krijgt. Na een paar passen komt de beloning voor de hond dan van de geleider doordat u een andere bal weggooit die de hond direct op uw commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’ mag pakken.

DE PAKWERKER
Als uw hond al deze oefeningen beheerst heeft u voor de opleiding van uw hond in het bijtwerk wel een pakwerker nodig. Voor training van het bijtwerk moet u echt honderd procent controle over uw hond hebben. Bovendien moet uw hond volwassen genoeg zijn, zowel lichamelijk als, zo mogelijk nog belangrijker, ook geestelijk. Na het wisselen van het gebit en op een leeftijd van ongeveer zeven of acht maanden oud kunt u eens zien hoe de hond bijt in een zacht bijtkussen of een bijtrol. Als de hond goed bijt kunt u eerst de gehoorzaamheidsoefeningen van de afdeling C aanleren zonder een pakwerker, zoals beschreven in deze drie artikelen, en wachten met bijten tot de hond dertien of veertien maanden oud is, afhankelijk van zijn volwassenheid. Gewoonlijk hoeft u de hond niet te leren bijten, maar vooral laten wennen aan alle omstandigheden er omheen en vooral de gehoorzaamheidsoefeningen in afdeling C.

een krachtige, volle en rustige beet tonen

De hond moet zonder te twijfelen, met hoge dominantie, snel, en energiek
reageren en achtervolgen, en met krachtig inbijten werkzaam de vlucht
van de pakwerker verhinderen met een rustige beet, tot het lossen…

De taken van een pakwerker voor het trainen van een hond zijn:
• Het aanmoedigen van de prooidrift in de hond, indien nodig, door middel van prooi spelletjes met een leren bijtlap of een bijtrol. Gewoonlijk is dit bij een levendige en actieve hond niet nodig, of kan het zelfs een grote fout zijn, omdat de hond niet in de hand kan worden gehouden door te veel drift.
• Het verbeteren van de grip van de beet van de hond. Dit kan gebeuren door de pakwerker die spanning of juist ontspanning op de lijn of riem brengt, terwijl de geleider op zijn plaats blijft staan. Een volle beet is noodzakelijk, omdat de hond met zijn kiezen de sterkste grip heeft.
• Het trainen van de overgangsfase van het hebben van een goede beet van de hond naar het lossen. Hier moet een verandering in drift plaatsvinden, want vanuit krachtig bijtwerk dient een hond over te gaan in gehoorzaamheid. Het snelle loslaten van de hond is gewenst, en bijvoorbeeld onmiddellijk weer laten bijten op commando kan in de training de beloning zijn voor het snelle lossen van de hond.
• Het trainen van de bewakingsfase van de hond met het stil in de gaten houden van de pakwerker die geen enkele beweging maakt. Deze laatste kijkt naar de hond en moet zien of de hond attent, drangvol en op korte afstand bewaakt. Als beloning voor correct bewaken kan de helper een aanval op de hond uitvoeren door eerst de softstok en de bijtmouw te bewegen. Later kan de pakwerker ook alleen de softstok dreigend gebruiken, waarna de hond in beide gevallen mag reageren met bijten in de bijtmouw.
• Het trainen van de belastingsfase met het bijbehorende dynamische werk van de pakwerker. Gedurende de volledige belastingsfase moet de hond zich onbevangen tonen en een krachtige, volle en rustige beet tonen. Als de hond krachtig heeft ingebeten kunnen de slagen met de softstok op de rug of de schouders van de hond plaatsvinden. De hond moet zich tijdens de stokslagen onbevangen tonen en zonder zich te laten intimideren gedragen. Gedurende de volledige belastingsfase moet de hond een volle droge beet tonen. In de opleiding kan de hond na de stokslagen onmiddellijk de bijtmouw als beloning krijgen. Belangrijk hierbij is dat de hond een rustige beet houdt zonder herbijten. Daarom is het altijd verstandig de belastingsfase stapsgewijs op te bouwen en zonder teveel druk ineens.

tekst: Resi Gerritsen en Ruud Haak
foto’s: Markus Mohr

Meer over de moderne wijze van IPO training vindt u in het boek K9 Schutzhund Training, a Manual for IPO Training through Positive Reinforcement, geschreven door Resi Gerritsen en Ruud Haak.

 

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 1

Sinds de publicatie van het succesvolle boek ‘Africhten tot Verdedigingshond’ zijn de methoden voor de opleiding van honden enorm veranderd. Ook in de trainingen voor IPO (Internationale Prüfungs Ordnung), het vroegere Verdedigingshond (VH), worden de moderne leermethoden voor honden door middel van positieve versterking tegenwoordig meer en meer geaccepteerd.

De training van honden in de IPO afdeling C, het pakwerk, kan door het toepassen van die moderne leermethoden sterk worden verbeterd. Was in vroegere trainingen van pakwerk het provoceren van de hond tot bijten het belangrijkst, de moderne manier van opleiding in pakwerk richt zich nu allereerst op training van de zelfbeheersing van de hond door middel van positieve versterking. Lees verder

SAR trainingsmethode – deel 2

Het leerproces.
De video van 3 minuten laat zien hoe in deze trainingsmethode het leerproces voor reddingshonden drie belangrijke stappen volgt:
1. Focus van de hond op de sokkenbal vestigen.
2. Een verbinding maken tussen de sokkenbal en een mens.
3. Het introduceren van een zoekgebied met menselijke geur.

In stap 1 zorgen we ervoor dat de hond het zoeken naar en vinden van zijn sokkenbal een heel leuk spel vindt.
In stap 2 bieden we die sokkenbal aan in verbinding met een zittende of liggende persoon.
De hond leert daarna in stap 3 dat het vinden van menselijke geur in een zoekgebied betekent dat hij zijn sokkenbal krijgt.

De hond zoekt daardoor steeds intensiever, want hij vindt het leuk om daarna met zijn sokkenbal als buit te spelen. Waarmee dus ook zijn verwijzingen bij het vinden van het ‘slachtoffer’ veel sterker worden.

SAR Trainingsmethode – deel1

In deze 4 minuten durende film laten we je het eerste deel zien van de trainingsmethode voor reddingshonden (Search and Rescue (SAR) dogs) die ontwikkeld werd door Resi Gerritsen en Ruud Haak.

In deze film leggen we de verschillende fasen van het jachtdrift-complex uit, een drift die niet alleen aanwezig is bij jachthonden, maar ook bij niet-jachthonden.

Soms denken mensen dat een reddingshond uit een soort liefdadigheid of sympathie voor slachtoffers of vermiste personen het zoekwerk doet. Dat is natuurlijk onzin. De reddingshond helpt ons namelijk in zijn oude rol van jager. Meestal wordt dit idee met verontwaardiging afgewezen. Een hond mag nooit op mensen jagen… Maar toch is het zo!

En er is meer: in de kynologische literatuur ontdekten we namelijk ook dat de jachtdrift in een hond kan worden opgewekt én behouden totdat de hond fysiek uitgeput is. En dat is precies wat we nodig hebben voor de lange en moeilijke zoekopdrachten tijdens een daadwerkelijke inzet!

Werkhonden onder vuur (deel 2)

Van middeleeuwse naar moderne methoden

Binnen de KNPV en de verschillende werkhondenverenigingen is in de loop van de jaren langzaam het inzicht ontstaan, dat het africhten van honden met harde middelen of met schoppen en slaan toch niet de manier is om honden wat te leren. De wetenschap, vooral de biologie en ethologie, is steeds verder gegaan met onderzoek naar het wezen van de hond.

Intelligentie van de hond
In de psychologie zijn rond de jaren vijftig van de vorige eeuw leertheorieën ontwikkeld, die niet direct voor honden gedacht waren, maar wel heel bruikbaar bleken in de africhting. Inmiddels is bekend, dat honden intelligente wezens zijn die heel goed in staat zijn om allerlei oefeningen te leren als deze op de juiste manier worden aangeboden. Honden worden vanwege hun geweldige reukvermogen ingezet op vele verschillende gebieden, zoals het opsporen van explosieven, drugs of illegalen die zich in vrachtauto’s of containers verstoppen, evenals het opsporen van ziekten als kanker, maar ook tabak en geld. Daarnaast worden ze ingezet bij arrestaties van criminelen, bij het neerslaan van relletjes of om voetbalsupporters in het gareel te brengen. Dit is zelfs nog maar een kleine opsomming van de taken waarvoor werkhonden worden opgeleid.

Opleiding
Om een stabiele werkhond te krijgen, die betrouwbaar is onder alle omstandigheden en zijn werk correct uitvoert, is een goede opleiding van groot belang. Binnen de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging (KNPV) is er de ‘Basiscursus KNPV dresseur’ met een heel uitgebreid handboek voor de geleiders, waarin ze alles kunnen leren over de hond en zijn gedrag. Een goede observatie van de hond en begrijpen wat hij met zijn gedrag uitdrukt, het zogenaamde ‘lezen’ van de hond is een heel belangrijk onderdeel. Vanaf pup tot volwassen hond wordt uitgelegd wat een geleider moet weten. Als de hondengeleiders van de clubs waar door ‘Undercover in Nederland’ is gefilmd dit handboek hadden gelezen, én ernaar hadden gehandeld, zouden ze op heel andere wijze met hun honden hebben gewerkt. Het blijkt helaas dat de vernieuwing in training van honden nog lang niet tot alle hondenclubs is doorgedrongen. Daarbij moeten we ook constateren, dat dit handboek wel erg moeilijk geschreven is, en het misschien wel heel ontoegankelijk is, zeker als we bedenken dat de meeste africhters geen echte lezers zijn. Zelfs al wordt het in een cursus nader uitgelegd, blijft het helaas voor veel africhters een (te) moeilijke materie. Verreweg de meeste africhters zijn praktijkmensen die door doen en zien doen op het oefenveld de oefeningen leren.

Tradities en vergrijzing
Veel werkhondengroepen binnen zowel de KNPV als de IGP (Internationale Gebruikshonden Prüfungsordnung) hebben al een lange traditie en bestaan ook al heel lang. Ook zijn veel geleiders al jaren lid van de club en hun wijze van trainen heeft een lange traditie. Als er jonge geleiders bij de club komen wordt er veelal gekeken hoe de ‘oude rotten in het vak’ het doen, begeleid van verhalen over de prestaties uit het verleden die vaak indrukwekkend zijn. Op wedstrijden hebben gestaan, die een kwalificatie vooraf verlangen, is zeker een prestatie.

Binnen de KNPV telt ook nog dikwijls hoeveel honden iemand heeft afgericht. En voor nieuwe geleiders is de wijze waarop deze ervaren mensen hun honden africhten een voorbeeld. Zij doen hetzelfde met hun hond zoals ze die ervaren geleiders zien doen. Maar we weten ook dat mensen die in een bepaalde routine van jaren zitten niet zo heel makkelijk veranderen in hun aanpak van training. Het is niet altijd onwil, maar vaak ook onmacht. Het is dan ook voor een vereniging als de KNPV, maar ook bij de verenigingen die IGP beoefenen, een taak van het bestuur om de moderne manier van africhten tot in de verste uithoek van hun verenigingen te brengen. De moeilijke teksten van de ‘Basiscursus KNPV dresseur’ zullen toch nader uitgelegd moeten worden in hoe men de verschillende oefeningen op een nieuwe manier kan aanleren.

Er is bij alle werkhondenverenigingen steeds minder aanwas van jonge geleiders die het leuk vinden om met een hond te gaan werken. Daarbij speelt tevens een rol dat de wijze van trainen voor veel mensen niet aantrekkelijk is. Algemeen heeft de hond een heel andere rol in onze samenleving gekregen en wordt een hond veel meer als kameraad en vriend gezien, dan als materiaal om mee te werken. De binding is anders geworden.

Dit komt ook al tot uiting in het feit dat politiehonden tegenwoordig ook sociaal moeten zijn en niet zonder meer naar mensen mogen uitvallen. De hond moet altijd onder controle van de geleider zijn en mag duidelijk alleen op commando bijten (én loslaten). Hiervoor zijn andere type honden nodig dan de honden die vroeger werden geselecteerd bij de politie; dit verlangt ook een andere manier van africhting! Het blijft echter wel recht overeind staan, dat honden die voor de praktijk gebruikt zullen gaan worden ook een stabiel, robuust karakter moeten hebben, en tegelijkertijd zo moedig en belastbaar moeten zijn dat ze, bijvoorbeeld in het geval van een arrestatie of relletjes, het aandurven naar voren te gaan en niet achter de geleider kruipen.

Leren in stappen
Het gedrag dat wij zo’n hond willen leren, zit in zijn aanleg en daar kunnen we in de africhting gebruik van maken. Hij kan zitten, liggen, rennen, bijten, blaffen, enzovoorts, maar niet op een commando. Dat is wat wij hem moeten leren en binnen de africhting gaan wij zijn gedragingen sturen. Een van de onderdelen van het moderne africhten is oefeningen in stappen aanleren. Voor de hond is het dan duidelijk welke stap er gemaakt wordt en veelal wordt van achter naar voren gewerkt.

Hoe leert een hond: conditionering
Dit kan op verschillende manieren. Wij gebruiken binnen de africhting de operante conditionering, wat valt onder het begrip associatie leren. De hond heeft een associatie weten te leggen tussen zijn gedrag en de directe gevolgen van dat gedrag. Als hij op een bepaald gedrag direct iets aangenaams krijgt, zal hij dit gedrag vaker laten zien. Als de pup de zit leert en een koekje als beloning krijgt, zal hij dit graag doen. Toont hij een gedrag, dat onaangename gevolgen heeft, zal hij dit gedrag steeds minder laten zien. Binnen de operante conditionering kennen we vier vormen: de positieve en negatieve bekrachtiging en de positieve en negatieve correctie. De bekrachtigers worden ingezet om bepaald gedrag te laten toenemen en het corrigeren wordt gebruikt om bepaald gedrag te laten afnemen.

Hoe leert een hond: emoties
Maar naast het conditioneren speelt nog iets anders een heel grote rol bij het leren: de basale emoties en gevoelens van de hond. Jaak Panksepp (psycholoog, psychobioloog en neurowetenschapper) heeft in een onderzoek in 1998 aangetoond, dat de emoties bij dieren bewust ervaren worden. Hij onderscheidt hierbij zeven verschillende emotionele hersensystemen die zich uiten in waarneembaar gedrag dat geduid kan worden als enthousiasme en levenslust, angst, boosheid, verzorgende liefde, verdriet, lust en spelplezier. Wat dit in de praktijk betekent, is dat we eerst de hond in een goede stemming moeten krijgen om met hem aan het werk te gaan. Anders gaat hij het associëren met onaangename emoties – alle fijne, leuke, toffe beloningen ten spijt. Op een gegeven moment merken we namelijk vaak binnen de training dat we niet verder komen en geen communicatie met de hond meer hebben. De basis in de training van honden zal toch moeten uitgaan van zijn emoties, of te wel: hoe de hond het ervaart.

Ik denk dat veel africhters dit herkennen, en zich de dagen herinneren waar ze merkten dat de hond ‘zijn dag niet had’ en hij niet bereid was iets nieuws te leren, althans niet met het enthousiasme wat hij normaal aan de dag legt. Ook Marian Breland Bailey, Keller Breland en Bob Bailey, bekend met het trainen van allerlei dieren voor films en dergelijke, werkten met de clicker om hun dieren te trainen. Ze merkten echter ook dat de dieren een bepaalde tijd lang het geleerde uitvoerden. Het ging heel lang goed, tot deze dieren ook op zeker moment toch hun oorspronkelijke gedragingen weer gingen vertonen. Zo begonnen de varkens weer met hun snuit in de grond te wroeten, en de kippen scharrelden en krabden met hun poten aarde aan de kant. Het aangeleerde gedrag had geen aansluiting meer met de basale, instinctieve emoties van de dieren.

zit oefening

Vroeger versus nu: zit aanleren
Een voorbeeld hiervan is het aanleren van de zitoefening. De pup kan al zitten, maar kan dit niet op commando. Vroeger werd de riem omhoog en naar achteren getrokken, zodat de hond met zijn hoofd omhoog moest en daardoor vanzelf ging zitten; soms werd er tegelijkertijd een klap op zijn kont gegeven. De gedachte hierbij was, dat de hond de volgende keer bij het commando ‘zit’ dan wel snel zou gaan zitten om deze beide inwerkingen te vermijden. De honden die verzet kwamen, kregen dan nog sterkere inwerkingen om te gaan zitten. In de huidige tijd wordt de zitoefening al bij een pup aangeleerd middels het hooghouden van een koekje, waardoor de hond als vanzelf gaat zitten, en dan wordt hij beloond met dat koekje. Vaak wordt er tegenwoordig ook bij het aanleren van de oefeningen een clicker gebruikt, en ook binnen de africhting neemt het gebruik ervan langzaam toe.

De clicker is een instrument om de hond te laten weten dat hij het goed heeft gedaan en de beloning volgt. Het is een handig instrument bij het aanleren van een oefening, mede omdat je hierdoor heel exact kunt timen. Honden vinden het heel leuk om deze oefeningen te doen en spelenderwijs wordt de (zit)oefening geleerd, die de hond dan uiteindelijk op commando kan uitvoeren. Vaak hebben geleiders niet het geduld om op deze wijze met een hond te werken. Vaak speelt ook nog de gedachte dat je met een pup nog niets kunt doen, en pas met een jaar kunt beginnen met het aanleren van de oefeningen. Dat is in wezen dus verloren tijd, want dat wat verlangd wordt als oefening kan een pup ook al. Als dit spelenderwijs wordt aangeleerd zijn deze oefeningen met een jaar al heel gewoon voor de hond.

Nieuwe inzichten
De uitslagen van veel onderzoeken die tegenwoordig worden gedaan naar het gedrag bij honden en hun mentale gesteldheid, en welke plaats ze hebben binnen onze samenleving, zorgen voor heel veel dynamiek in de wijze van africhting. Zo is er internationaal al een hele discussie of de stokslag, die bij het onderdeel pakwerk in de IGP gegeven wordt, niet uit het programma moet worden gehaald; in Zwitserland is het niet meer toegestaan om die stokslagen te geven. In het verleden is de harde stok reeds vervangen door de soft stok, en nu moet hij helemaal weg – vindt een grote groep in de bevolking.

Nieuwe plaats
De hond, ook de werkhond, heeft een nieuwe plaats gekregen binnen de samenleving. Hij is steeds meer gezinshond geworden en het alleen in de kennel houden van een hond komt steeds minder voor, hooguit nog bij professionele bedrijven die meerdere honden hebben voor diverse taken. Toch willen steeds meer mensen een hond voor de bescherming van huis en haard. Deze hond moet dan toch wel middelgroot zijn met een stabiel, robuust karakter. En dan graag getraind in het beschermen van huis en haard. Mensen die zo’n hond voor zichzelf willen, komen veelal in de IGP clubs terecht voor training. De mensen die politiehonden willen opleiden en trainen, doen dit via de KNPV. Beide programma’s kennen het pakwerk ofwel manwerk, en daarbij is het de bedoeling dat de hond onbevreesd een man of vrouw in beschermende kleding ‘stelt’, wat betekent in de arm of in het been bijt. Het is niet de bedoeling dat hij dit niet durft, want dan is hij niet in staat zijn uiteindelijke politietaak uit te voeren. De eisen die worden gesteld bij de verschillende disciplines zijn vaak in tegenspraak met elkaar, iets wat het voor hond en geleider niet makkelijk maakt om deze onderdelen aan te leren. In een volgend artikel zal ik nader ingaan op de moeilijkheid van de verschillende onderdelen van het pakwerk. En nu aangekondigd is dat per 1 juli 2021 de stroomband niet meer gebruikt mag worden, zal dit toch flinke consequenties hebben voor dit onderdeel van de africhting.

Tekst: Ruud Haak

Literatuur:
Bailey, R. E., & M. B. Bailey (1980).
A view from outside the Skinner box.
American Psychologist, 35, pp.
942-946.

Breland, K., & Breland, M. (1966).
Animal Behavior. New York: The
Macmillan Company.

Panksepp, J. (1998). Affective
Neuroscience: The Foundations of
Human and Animal Emotions. New
York: Oxford University Press.

Werkhonden onder vuur (deel 1)

Hoe het zover kon komen …

In maart van dit jaar werd ons land opgeschrikt door een film in het programma ‘Undercover in Nederland’ waarin beelden werden getoond van hondengeleiders die hun honden tijdens de trainingen mishandelden. Dit bleef niet zonder gevolgen, want de politie startte een onderzoek en naar aanleiding daarvan werden in juli zeven hondengeleiders aangehouden en vier honden in beslag genomen.

Strafrechtelijk onderzoek
De geleiders worden door de politie gehoord over hun aandeel in de mishandelingen van de honden en daarvan wordt een dossier opgemaakt dat naar het Openbaar Ministerie wordt gestuurd voor een strafrechtelijke afhandeling van de zaak. De film is gemaakt op drie verschillende locaties van verenigingen die onder de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging (KNPV) vielen. Inmiddels is de erkenning van deze groepen door de KNPV ingetrokken.Ongetwijfeld zijn dit soort beelden ook bij andere clubs wel te maken, want in africhtings kringen is het bekend dat er verenigingen zijn die nog met middeleeuwse africhtings methoden werken. De vraag is, waar komt dit gedrag vandaan? Hoe heeft zich dit ontwikkeld?

Africhting
Onder africhting verstaan we in dit artikel de politiehond africhting (KNPV) en de IGP (Internationaal Gebruikshonden Programma), vroeger IPO (Internationale Prüfungs Ordnung) en nog langer geleden het programma Verdedigingshond, en ook de Ringsport of Mondioring.De honden waarmee dit wordt beoefend zijn over het algemeen de werkhonden, zoals Duitseherder, Mechelaar, Rottweiler, Dobermann,Bouvier, Riesenschnauzer en Hollandse herder. Binnen de KNPV worden ook heel veel kruisingen gebruikt, die eigenlijk wel een eigen lijnteelt hebben. Daar wordt gericht gefokt met goede karakter honden om een stabiele, stoere werk hond te krijgen.Binnen deze programma’s zit het zogenaamde manwerk of pakwerk, waar de hond bijt op een pakwerker of helper, die speciale beschermende kleding draagt. Dit onderdeel is vaak heel spectaculairen voor veel hondengeleiders het meest aantrekkelijke deel van de training. Ook in de wedstrijden zie je het publiek juist op die onderdelen weer toestromen om te kijken hoe een hond z’n mannetje staat. Het vraagt ook een bepaald type hond om dit werk goed te kunnen doen.

Karakter en driften
Voor het manwerk heeft een hond moed en belastbaarheid nodig en een stabiel karakter,maar ook bepaalde driften. Hij moet het leuk vinden om achter iets aan te gaan en dit te willen vangen. De natuurlijke aanleg wordt aangesproken om het gewenste gedrag te kunnen ontwikkelen.Zo wordt een pup of jonge hond vaak eerst met een zacht bijtkussen of een bijtlap ‘geplaagd’. De jute of leren bijtlap beweegt kort voor hem heen en weer over de grond, en beweegt van hemweg. Daar wil de hond dan wel achteraan en probeert de lap te pakken. Na enige tijd mag hij erin bijten en de lap winnen! Daar worden de eerste oefeningen gedaan om later tot het pakwerk te komen. Zo worden honden ook getest of ze voldoende natuurlijke aanleg en driften hebben om dit spelletje leuk te vinden. Dat is medebepalend voor een succesvolle opleiding in de KNPV of IGP. Bij het manwerk is een van de basisoefeningen het achter de pakwerker of helper aangaan en deze tot stilstand brengen door in de arm of in het been te bijten. In de praktijk van de politie hond wordt dit nogal eens ingezet om een verdachte, die wil vluchten, totstaan te brengen. En dat dit heel vaak succes heeft kunnen we regelmatig in de krant lezen.Vanuit de praktijk zijn honden nodig die dit werk bij de politie,douane en andere overheids- en bewakings diensten kunnen doen.In de loop van de geschiedenis hebben zich deze programma’s dan ook ontwikkeld.

pakwerk vroeger

Pakwerkers of helpers in de beschermende kleding aan het begin van de vorige eeuw.

Begin van de africhting
Rond 1900 werden er in ons land al wel honden afgericht voor de politie, maar waren deze mensen nog niet georganiseerd in een vereniging. Er waren al wel contacten met een Duitse politiehonden vereniging en in 1907 werd de heer Herfkens van de politie Den Haag uitgenodigd om een wedstrijd van politiehonden in de Duitse stad Hagen bij te wonen. Daar ontmoette hij de heer Kessler, ook uit Den Haag, en samen met de heer Steijns uit Roosendaal waren ze van mening dat er ook in Nederland een politiehond vereniging moest worden opgericht, wat na een maand een feit werd. Officieel werd op 1 november 1907 de Nederlandse Politiehonden Vereniging opgericht, die vijf jaar later de K van koninklijk kreeg toegevoegd en daarmee was de KNPV een feit.

Ook binnen de diverse rasverenigingen van werkhonden, zoals de Vereniging van fokkers en liefhebbers van Duitse Herdershonden (VDH), ontwikkelde zich rond 1917 de eerste werkcertificaten, die onderdeel werden voor de fokgeschiktheidskeuringen. Ook hier wilde men goede karakterhonden voor de fok selecteren en behouden. Van hieruit ontwikkelde zich het Verdedigingshond programma, later IPO en nu IGP. In de beginperiode van de africhting waren uiteraard de moderne leermethoden zoals we die nu kennen nog niet ontwikkeld. Niet bij mensen en niet bij honden. Rond 1920 werden er op scholen heel andere lesmethoden gebruikt dan tegenwoordig. Zo waren lijfstraffen nog heel gewoon, en het rietje waarmee kinderen werden geslagen was toen, en ook nog heel lang daarna, gemeengoed.

Ditzelfde gebeurde bij de africhting van honden, ook wel dressuur genoemd. Het idee was dat een hond gedwongen moest worden bepaalde oefeningen te doen. En hiervoor werd het gebruik van dwangmiddelen niet geschuwd. Ook ‘schoenmaat 46’, ofwel klompen, en andere zaken zoals stokken werden ingezet om honden te dwingen tot bepaalde gedragingen. Of om te proberen een al te driftige hond in het gareel te krijgen. Veelal kwam het van kwaad tot erger.

rotweiler pakwerk

Ook de Rottweiler staat zijn mannetje binnen de africhting. Foto: Ron Baltus.

Ontwikkeling van het africhten
Van aanvankelijk met name het werken met de neus, dus zoekwerk en speuren, werd bij de politiehonden het accent al snel verlegd naar het beschermen van de geleider en van objecten, wat ook meer als het ‘echte werk’ werd gezien. Dus kwam er meer aandacht voor de bijtkracht en het gehoor van de hond, wat hij nodig had om mens en objecten te beschermen en bewaken. Tevens kwam er in de vorige eeuw langzamerhand oog voor de verschillen in het karakter van de honden waarmee werd gewerkt, en dat betekende dat een trainer zijn opleidingsmethodes moest aanpassen aan de hond waarmee werd gewerkt. Rond 1950 ontstond al de discussie of alle honden met dezelfde ‘harde’ methode getraind moesten worden, of met een andere methode aangepast aan de individuele hond.

Binnen de KNPV zijn verschillende certificaten te halen en dat is nog steeds het doel van de hondengeleider die er traint, namelijk: het halen van een certificaat dat het beste bij de hond past. Dit inzicht binnen de KNPV heeft geresulteerd in de ‘Basiscursus KNPV dressuur’ met bijbehorend handboek waarin de modernste inzichten in de africhting helder zijn beschreven. Dat dit alles nog niet binnen alle geledingen van de KNPV is doorgedrongen blijkt wel uit de clubs waar is gefilmd. Het zal ook zeker nog enige tijd duren voor alle hondengeleiders in staat zijn om naar de modernste inzichten te gaan werken. Langzamerhand begint het wel in steeds meer clubs door te dringen dat het ook voor de hond leuk moet zijn om getraind te worden en de hondengeleider op een positieve manier zijn hond kan en moet trainen.

Ook binnen de IGP ziet men het steeds moderner worden van de trainingsmethoden. De hond wordt centraal gesteld en niet meer voor alle honden wordt dezelfde leermethode gebruikt. Maar helaas is ook binnen de IGP nog niet tot alle verenigingen doorgedrongen dat een hond niet meer afgericht hoeft te worden met een eind hout. En ook een prikband is niet noodzakelijk om een goed gehoorzame hond te krijgen. Inmiddels is trouwens de prikband al enige tijd wettelijk verboden en raken steeds meer hondengeleiders hiervan ook doordrongen.

Nieuwe africhtingsmethoden
Rond 1950 ontwikkelden zich binnen de wetenschap op diverse fronten leertheorieën, die later ook in de africhting door gaan dringen. Met name Pavlov en Skinner zijn hier bekende namen. Van belang is dat de wetenschap ontdekte dat, door bepaalde wijze van beïnvloeding van gedrag, je gedrag kunt veranderen. Als eerste werden op scholen niet meer de befaamde strafmethoden gebruikt, maar begon men met het complimenteren van de leerling als hij iets goed had gedaan. Ook werden er allerlei beloningssystemen ontwikkelt om kinderen te stimuleren en te motiveren om goed te werken. Ook dit nam een bepaalde tijd voor het tot alle scholen doordrong. Er was een nieuwe denkwijze voor nodig om een verandering in te zetten. Ditzelfde geldt voor de hondenafrichting, die ook heel lang op dezelfde wijze had getraind, en nu moest gaan omdenken en heel anders in de training moest starten. De uitspraak die zelfs soms nu nog gebezigd wordt ‘niet straffen, is al belonen’ is niet meer van toepassing in deze tijd!

Financiële aspecten
Met name binnen de KNPV worden honden die een certificaat hebben, of er vlak voor staan om dit te halen, verkocht. Er is dan ook een levendige handel in gecertificeerde politiehonden uit Nederland. Veel wordt er verkocht naar Amerika, maar ook in veel andere landen zijn deze honden heel geliefd en worden ze gekocht door overheidsdiensten, zoals politie en douane. Herinnert u zich nog de politiehond die hielp bij de arrestatie van de IS-leider Baghdadi? Deze hond was ook binnen de KNPV opgeleid. Een gecertificeerde hond brengt zo tussen de 5000,- en 6000,- euro op en uiteraard speelt dit aspect ook een rol binnen de africhting. Met bepaalde methoden van africhting is een hond sneller klaar voor het certificaat en brengt die dus sneller geld in het laatje.

Voor veel hondengeleiders binnen de KNPV is dit ook de uitdaging van het africhten. Zij houden ervan iedere keer weer met een nieuwe hond te beginnen en die weer voor de keuring te brengen. Ook binnen de IGP speelt geld een rol. Voor fokgeschiktheidskeuringen moeten bepaalde werkhondenrassen, bijvoorbeeld de Duitse herder, minimaal het IGP-1 diploma hebben. Er bestaan professionele africhters die meerdere honden in hun kennels hebben die ze moeten africhten voor een fokker. Hoe sneller dit klaar is, hoe sneller er weer een nieuwe hond kan komen om af te richten. Ook hiervoor worden behoorlijke prijzen betaald. Financiën bepalen dus voor een deel ook de manier van africhten. Het doet er niet toe hoe, maar liefst zo snel mogelijk moet de hond klaar zijn. Er is dan algemeen niet zoveel sprake van een band met een hond, hooguit een ‘werkovereenkomst’. Uiteraard is er, ook met name binnen de IGP, een grote groep mensen die de hond niet verkoopt als hij een diploma heeft gehaald. Hij traint dan gewoon door voor het volgende diploma. Dit samen trainen is dan de hobby waar ze voor gaan. Deze geleiders hebben duidelijk een andere binding met hun hond.

Stroomhalsband
Inmiddels is bekend geworden dat de stroomhalsband, ook wel e-collar of teletac genoemd, per 1 juli 2021 definitief wordt verboden. Binnen alle vormen van werken met honden waarbij pakwerk wordt gedaan, worden bij een hond driften losgemaakt die ook weer moeten worden gecontroleerd. Dat is bij honden die er een flinke portie van hebben, niet altijd op een makkelijke manier te bewerkstelligen. Hiervoor werden vroeger zeer hond onvriendelijke manieren gebruikt, zoals een eind hout, schoppen, slaan met riemen, enzovoort. En later dus de stroomhalsband. Nu de stroomhalsband wordt verboden, is er een groot gevaar dat veel van deze zeer hondonvriendelijke manieren weer terug komen in de africhting. Het zou m.i. daarom veel beter zijn een gecontroleerde manier van gebruik van deze band toe te staan. Als er een cursus, met aan het eind een certificaat, moet zijn gedaan om het gebruik van een stroomhalsband door een instructeur toe te laten, wordt voorkomen, dat er weer middeleeuwse methoden gebruikt moeten worden in het pakwerk.

Velen zullen mogelijk denken, dan doe je dat pakwerk maar niet, maar dan wordt de opleiding van bekwame politiehonden, die in Nederland en over de hele wereld worden gebruikt, erg moeilijk. En mogelijk zullen zij die het blijven trainen met een stroomhalsband dieper het bos in gaan om minder zichtbaar te oefenen. Met name in het pakwerk worden er namelijk driften aangesproken die een hond wel moet leren beheersen. In deze onderdelen zou het gebruik van een stroomhalsband toegestaan moeten worden, maar uitsluitend in handen van deskundigen die hiervoor opgeleid zijn. En die ook weten welke schade aangericht kan worden door een verkeerd gebruik van een stroomhalsband!

Het is te hopen, dat er uiteindelijk toch nog een verruiming van het besluit, dat dus volgend jaar ingaat, wordt overwogen. Nu mogen politie en de krijgsmacht in bijzondere gevallen onder specifieke voorwaarden de stroomhalsband nog gebruiken binnen het praktijkwerk van hun diensthonden. Dit is voorlopig de enige uitzondering. Een ander punt is dat de eisen binnen het pakwerk nog eens opnieuw bekeken moeten worden, en geanalyseerd hoe dit aan te leren bij een hond middels de conditionering, waarbij ook de grenzen van de conditionering meegenomen moeten worden. Dit laatste is een grote opgave waar zowel de KNPV als de IGP voor staat: Hun methoden van training zo ontwikkelen dat de stroomhalsband niet meer nodig is.

Tekst: Ruud Haak
Foto’s: Ron Baltus

 

© 2021 Kringgroep De Grensstreek

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑