Auteur: Bassie (Pagina 1 van 5)

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 3

Veel oefeningen die belangrijk zijn in de afdeling C, het pakwerk, kunnen zonder de hulp van een pakwerker door de geleider worden getraind. In de beide vorige afleveringen bespraken we het trainen zonder pakwerker van de oefeningen ‘revieren’, ‘aanblaffen en bewaken’ en ‘het brengen van de hond naar de plaats voor de vluchtverhindering’. In deze aflevering bespreken we de ‘transport’ oefeningen.

TRANSPORT
Volgens het IGP reglement vindt er een ‘zijtransport’ van de pakwerker plaats over een afstand van ongeveer twintig passen, waarbij een commando voor het volgen is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van de pakwerker lopen, zodat hij tussen de pakwerker en zijn geleider in loopt. Tijdens het transport moet de hond de pakwerker opmerkzaam observeren, maar hij mag hem niet hinderen of inbijten. Op deze wijze lopen ze naar de keurmeester.

Op aanwijzing van de geleider wordt bij IPO 2 en 3 een ‘rugtransport’ van de pakwerker uitgevoerd in een normaal tempo over een afstand van ongeveer dertig passen. De geleider beveelt de pakwerker om te vertrekken en volgt met zijn correct en vrij aan de voet lopende hond op een afstand van vijf passen. Die afstand moet gedurende het gehele rugtransport worden aangehouden en de hond moet opmerkzaam blijven op de pakwerker.

TRANSPORT

Voor het trainen van de oefening ‘rugtransport kunt u gebruik maken van een
grote bal waar de hond graag mee speelt. Neem de hond in de basispositie met
het commando ‘voet’ en wacht tot de hond naar uw gezicht kijkt.

RUGTRANSPORT
De ‘transport’ oefeningen zijn in feite gehoorzaamheidsoefeningen die u eveneens kunt trainen zonder de hulp van een pakwerker. Bij voorkeur begint u met het ‘rugtransport’. Ook voor deze oefening kunnen we gebruik maken van een grote (voet)bal of nog beter een op afstand bedienbaar balkanon, zoals de in de vorige aflevering beschreven ‘Smartfetch Up’. Plaats de grote bal of het balkanon tien passen voor de zittende en wachtende hond.

Neem nu de hond met het commando ‘voet’ in de basispositie en wacht tot de hond naar uw gezicht kijkt. Geef dan het commando ‘transport’, kijk zelf naar de bal, en zodra ook de hond naar de bal kijkt geeft u hem het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’, waarmee hij de bal kan nemen en kort spelen. Eventueel laat u de bal op dat moment door iemand wegschoppen. Als u werkt met het balkanon drukt u op de afstandsbediening en geeft zodra de bal wegschiet uw hond het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’.

Train de oefening op verschillende plaatsen. Als de hond dit deel van de oefening begrijpt, loopt u na het commando ‘transport’ eerst twee of drie stappen in de richting van de bal, waarbij het aan te bevelen is om uw hond tegen uw knie aan te laten volgen. Sta niet toe dat hij vooruit probeert te lopen, maar laat uw hond contact met uw been houden. Als hij die paar passen goed doet geeft u hem het commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’. Door dit nauwe contact met uw been hoeft u niet te kijken of uw hond correct naast u loopt tijdens dit rugtransport, omdat u het kunt voelen. Als alles goed gaat maakt u meer stappen en later ook 90º bochten naar rechts en links voordat de hond de bal mag pakken of u het balkanon activeert.

Geef dan het commando ‘transport’, kijk zelf naar de bal en zodra ook de hond naar de bal kijkt geeft u hem het commando ‘volg’. Door het nauwe contact met uw been hoeft u niet te kijken of uw hond correct volgt, omdat u het kunt voelen.

ZIJTRANSPORT
Voor de training van het ‘zijtransport’ hebben we een helper nodig, maar niet noodzakelijk de pakwerker. Iedereen die voor u een bal kan vasthouden is bruikbaar. Deze persoon gaat op enkele passen afstand voor u staan en houdt de bal in zijn hand voor zijn lichaam. Roep uw hond in de basispositie met ‘voet’ of ‘volg’, ga aan de rechterkant van de helper staan en geef het commando ‘transport’. De hond mag nu naar de bal voor het lichaam van de helper kijken, maar moet contact met uw been houden. Samen met de helper loopt u eerst twee of drie stappen en op uw commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’ gooit de helper de bal weg en mag de hond die bal pakken. Ook hier maakt u, als alles goed gaat, meer stappen en later ook bochten naar links en rechts voordat de bal wordt weggeworpen. De volgende oefening is met een helper die met de ene hand de bal voor zijn lichaam draagt en in de andere hand de softstok langs zijn lichaam houdt. Als einde van dat zijtransport stopt u dan voor een andere persoon. De helper geeft de softstok aan die andere persoon, terwijl hij de bal stil voor zijn lichaam houdt. U stapt als geleider daarna met uw hond en het commando ‘volg’ weg zonder dat de hond de bal van de helper krijgt. Na een paar passen komt de beloning voor de hond dan van de geleider doordat u een andere bal weggooit die de hond direct op uw commando ‘vrij’, ‘ja’ of ‘oké’ mag pakken.

DE PAKWERKER
Als uw hond al deze oefeningen beheerst heeft u voor de opleiding van uw hond in het bijtwerk wel een pakwerker nodig. Voor training van het bijtwerk moet u echt honderd procent controle over uw hond hebben. Bovendien moet uw hond volwassen genoeg zijn, zowel lichamelijk als, zo mogelijk nog belangrijker, ook geestelijk. Na het wisselen van het gebit en op een leeftijd van ongeveer zeven of acht maanden oud kunt u eens zien hoe de hond bijt in een zacht bijtkussen of een bijtrol. Als de hond goed bijt kunt u eerst de gehoorzaamheidsoefeningen van de afdeling C aanleren zonder een pakwerker, zoals beschreven in deze drie artikelen, en wachten met bijten tot de hond dertien of veertien maanden oud is, afhankelijk van zijn volwassenheid. Gewoonlijk hoeft u de hond niet te leren bijten, maar vooral laten wennen aan alle omstandigheden er omheen en vooral de gehoorzaamheidsoefeningen in afdeling C.

een krachtige, volle en rustige beet tonen

De hond moet zonder te twijfelen, met hoge dominantie, snel, en energiek
reageren en achtervolgen, en met krachtig inbijten werkzaam de vlucht
van de pakwerker verhinderen met een rustige beet, tot het lossen…

De taken van een pakwerker voor het trainen van een hond zijn:
• Het aanmoedigen van de prooidrift in de hond, indien nodig, door middel van prooi spelletjes met een leren bijtlap of een bijtrol. Gewoonlijk is dit bij een levendige en actieve hond niet nodig, of kan het zelfs een grote fout zijn, omdat de hond niet in de hand kan worden gehouden door te veel drift.
• Het verbeteren van de grip van de beet van de hond. Dit kan gebeuren door de pakwerker die spanning of juist ontspanning op de lijn of riem brengt, terwijl de geleider op zijn plaats blijft staan. Een volle beet is noodzakelijk, omdat de hond met zijn kiezen de sterkste grip heeft.
• Het trainen van de overgangsfase van het hebben van een goede beet van de hond naar het lossen. Hier moet een verandering in drift plaatsvinden, want vanuit krachtig bijtwerk dient een hond over te gaan in gehoorzaamheid. Het snelle loslaten van de hond is gewenst, en bijvoorbeeld onmiddellijk weer laten bijten op commando kan in de training de beloning zijn voor het snelle lossen van de hond.
• Het trainen van de bewakingsfase van de hond met het stil in de gaten houden van de pakwerker die geen enkele beweging maakt. Deze laatste kijkt naar de hond en moet zien of de hond attent, drangvol en op korte afstand bewaakt. Als beloning voor correct bewaken kan de helper een aanval op de hond uitvoeren door eerst de softstok en de bijtmouw te bewegen. Later kan de pakwerker ook alleen de softstok dreigend gebruiken, waarna de hond in beide gevallen mag reageren met bijten in de bijtmouw.
• Het trainen van de belastingsfase met het bijbehorende dynamische werk van de pakwerker. Gedurende de volledige belastingsfase moet de hond zich onbevangen tonen en een krachtige, volle en rustige beet tonen. Als de hond krachtig heeft ingebeten kunnen de slagen met de softstok op de rug of de schouders van de hond plaatsvinden. De hond moet zich tijdens de stokslagen onbevangen tonen en zonder zich te laten intimideren gedragen. Gedurende de volledige belastingsfase moet de hond een volle droge beet tonen. In de opleiding kan de hond na de stokslagen onmiddellijk de bijtmouw als beloning krijgen. Belangrijk hierbij is dat de hond een rustige beet houdt zonder herbijten. Daarom is het altijd verstandig de belastingsfase stapsgewijs op te bouwen en zonder teveel druk ineens.

tekst: Resi Gerritsen en Ruud Haak
foto’s: Markus Mohr

Meer over de moderne wijze van IPO training vindt u in het boek K9 Schutzhund Training, a Manual for IPO Training through Positive Reinforcement, geschreven door Resi Gerritsen en Ruud Haak.

 

in memoriam Willy Bennink

Afgelopen vrijdag, 19 Maart, hebben wij het droevige bericht ontvangen dat erelid en medeoprichter van onze club, Willy Bennink is overleden.
Willy is heeft zich jarenlang met veel liefde ingezet voor de club, is vele jaren een gedreven voorzitter geweest en heeft ook vele mensen geholpen met de trainingen.

Willy is 53 jaar lid geweest van De Grensstreek.

Wij wensen de familie veel sterkte met dit verlies.

fam. Bennink
Kloetenseweg 6
7101 TZ Winterswijk

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 2

De training van honden voor IGP (Internationale Gebruikshonden Prüfungsordnung) kan door toepassen van moderne leermethoden ook in de afdeling C, het pakwerk, sterk worden verbeterd. Was in vroegere trainingen van pakwerk het provoceren van de hond tot bijten het belangrijkst, de moderne manier van opleiding in pakwerk richt zich nu allereerst op training van de zelfbeheersing van de hond door middel van positieve versterking.

Vorige maand lieten we u zien hoe u de oefening ‘revieren’ met behulp van positieve versterking kunt aanleren. Deze maand leest u het vervolg hierop namelijk de oefeningen ‘aanblaffen en bewaken’, ‘aan de voet roepen’ en ‘volgen vanaf het verstek naar de gemarkeerde plek waar de hond moet liggen voor de oefening vluchtverhindering’, die we eveneens zonder de hulp van een pakwerker kunnen aanleren. Lees verder

Pakwerk zonder Pakwerker – deel 1

Sinds de publicatie van het succesvolle boek ‘Africhten tot Verdedigingshond’ zijn de methoden voor de opleiding van honden enorm veranderd. Ook in de trainingen voor IPO (Internationale Prüfungs Ordnung), het vroegere Verdedigingshond (VH), worden de moderne leermethoden voor honden door middel van positieve versterking tegenwoordig meer en meer geaccepteerd.

De training van honden in de IPO afdeling C, het pakwerk, kan door het toepassen van die moderne leermethoden sterk worden verbeterd. Was in vroegere trainingen van pakwerk het provoceren van de hond tot bijten het belangrijkst, de moderne manier van opleiding in pakwerk richt zich nu allereerst op training van de zelfbeheersing van de hond door middel van positieve versterking. Lees verder

SAR trainingsmethode – deel 3

Spelen als beloning.
In onze Search and Rescue Dogs training gebruiken we het complex van driften die een rol spelen bij de jacht, om de hond ertoe te brengen te werken voor ons doel: het zoeken naar mensen. Jagen was en is nog steeds de sterkste specialisatie van de hond, ook in niet-jachthonden. En jagen is zoeken.

Omdat de geleider de hond zijn natuur laat volgen, zal de hond al zijn driftenergie gebruiken bij het zoeken, met daarna de bevrediging over het vinden van de ‘prooi’. De hond kan zijn driftenergie op deze ‘prooi’ uitleven – voor ons doel een tennisbal in een lange sok – om de laatste fasen van zijn jacht-driftcomplex uit te voeren: schudden, doodbijten of de prooi wegslepen.

Een tennisbal zonder sok is daarvoor ongeschikt, omdat de hond daar alleen maar op kan kauwen. Laat de hond vanaf het begin met de sokkenbal spelen zoals hij dat graag doet, en onderbreek zijn spel niet door uw acties of commando’s. Omdat deze methode direct aansluit bij de natuur en primitieve driften van de hond, ontwikkelt hij op deze manier zeer beslist een sterke passie voor zoeken!

SAR trainingsmethode – deel 2

Het leerproces.
De video van 3 minuten laat zien hoe in deze trainingsmethode het leerproces voor reddingshonden drie belangrijke stappen volgt:
1. Focus van de hond op de sokkenbal vestigen.
2. Een verbinding maken tussen de sokkenbal en een mens.
3. Het introduceren van een zoekgebied met menselijke geur.

In stap 1 zorgen we ervoor dat de hond het zoeken naar en vinden van zijn sokkenbal een heel leuk spel vindt.
In stap 2 bieden we die sokkenbal aan in verbinding met een zittende of liggende persoon.
De hond leert daarna in stap 3 dat het vinden van menselijke geur in een zoekgebied betekent dat hij zijn sokkenbal krijgt.

De hond zoekt daardoor steeds intensiever, want hij vindt het leuk om daarna met zijn sokkenbal als buit te spelen. Waarmee dus ook zijn verwijzingen bij het vinden van het ‘slachtoffer’ veel sterker worden.

SAR Trainingsmethode – deel1

In deze 4 minuten durende film laten we je het eerste deel zien van de trainingsmethode voor reddingshonden (Search and Rescue (SAR) dogs) die ontwikkeld werd door Resi Gerritsen en Ruud Haak.

In deze film leggen we de verschillende fasen van het jachtdrift-complex uit, een drift die niet alleen aanwezig is bij jachthonden, maar ook bij niet-jachthonden.

Soms denken mensen dat een reddingshond uit een soort liefdadigheid of sympathie voor slachtoffers of vermiste personen het zoekwerk doet. Dat is natuurlijk onzin. De reddingshond helpt ons namelijk in zijn oude rol van jager. Meestal wordt dit idee met verontwaardiging afgewezen. Een hond mag nooit op mensen jagen… Maar toch is het zo!

En er is meer: in de kynologische literatuur ontdekten we namelijk ook dat de jachtdrift in een hond kan worden opgewekt én behouden totdat de hond fysiek uitgeput is. En dat is precies wat we nodig hebben voor de lange en moeilijke zoekopdrachten tijdens een daadwerkelijke inzet!

Werkhonden onder vuur (deel 3)

Kan de stroomband in de ban?

Nu de Algemene Maatregel van Bestuur betreffende het gebruik van de stroomhalsband bij hondenafrichting per 1 juli 2021 definitief lijkt te worden, zullen alle clubs die deze stroomhalsband gebruiken hun africhtingsmethoden onder de loep moeten nemen. Vooral bij het onderdeel pakwerk wordt de stroomhalsband vaak ingezet. De hond moet op een commando van de geleider de mouw, ofwel de helper, loslaten. Voor honden die heel hoog in hun drift zitten, is dit niet eenvoudig.

Vanuit de traditie
Het gebruik van de stroomhalsband heeft al langere tijd zijn plaats in de africhting. Waar vroeger met prikbanden, een stuk hout, lijnen en dergelijke op de hond werd ingewerkt tijdens de training, wordt tegenwoordig de stroomhalsband gebruikt. De noodzaak van het gebruik van de stroomhalsband komt voort uit de traditionele methode van africhting: een bepaald gedrag stoppen op een moment dat de geleider het commando geeft.

Als een hond hoog in zijn drift zit bij het pakwerk, vol adrenaline zit en daardoor ongevoeliger is, dan kan de geleider hem veelal niet meer bereiken, en zijn er zwaardere middelen nodig om hem te stoppen. Dit hangt vaak samen met de wijze waarop de oefening is aangeleerd. Ook tegenwoordig nog worden jonge honden voor het pakwerk voluit ‘gejut’ en gek gemaakt om ze heel fanatiek te maken op de helper of de pakwerker.

Dat gebeurt vanuit de traditionele africhting. Hier wordt voorbij gegaan aan de moderne inzichten, waarbij oefeningen in een lage drift zouden moeten worden aangeleerd, en ook in verschillende onderdelen die dan later weer worden samengevoegd. De nieuwste wetenschappelijke inzichten, dat de emoties van de hond ten grondslag liggen aan het gedrag en leren van de hond worden nog nauwelijks meegenomen in de trainingen van werkhonden.

Wat nu van belang wordt, is dat africhters de verschillende oefeningen gaan analyseren en kijken hoe je de oefeningen op een moderne manier kunt aanleren,  gebruikmakend van deze nieuwste wetenschappelijke inzichten.

Emoties en leren
Een van die nieuwe wetenschappelijke inzichten komt van neurowetenschapper Jaak Panksepp, die middels Deep Brain Stimulation (DBS) aantoonde dat dieren emotionele gevoelens bewust kunnen ervaren. In zijn onderzoeken plaatste hij een electrode in een bepaald gebied in de hersenen, namelijk op dezelfde plek waar bij mensen deze emoties zitten.

Als hij middels de electrode het gebied prikkelde dan triggerde dit een bepaalde emotie, een prettige of onprettige. Hij had ze vooraf geleerd op een hendel te drukken als ze het gevoel wilden stoppen. En tevens konden ze middels een hendel bepaalde gevoelens langer laten duren of zelf een stimulatie opwekken. Zo vonden mannelijke ratten het lustgevoel zo prettig dat ze er wel oneindig mee wilden doorgaan.

Bij de stimulatie van het gebied wat boosheid genereert, wilden ze de stimulatie snel stoppen. Panksepp onderscheidt zeven verschillende emotionele hersensystemen, die hij SEEKING, FEAR, RAGE, CARE, GRIEF, LUST en PLAY noemde. Elian Hattinga van ’t Sant (www.elianhattinga.nl) schreef hier eerder uitgebreid over voor Onze Hond.

Met deze wetenschap, dat honden emoties en gevoelens hebben die ze – net als wij – bewust ervaren, zullen we op een heel andere manier naar het gedrag van onze honden moeten kijken en anders met ze om moeten gaan. Het is een stap verder in de ontwikkeling van de training met honden in het algemeen. Maar ook heel specifiek voor het trainen van werkhonden in het pakwerk.

Vast!’ is vast. Politiehonden die na hun opleiding in de praktijk ingezet worden, moeten hun mannetje staan.

Geen machine
Aangezien een hond geen machine is en ook nooit zal worden, zijn er wel grenzen aan de door ons opgelegde conditionering. Soms zullen zijn driften en instincten sterker zijn, ondanks intensieve conditionering door ons. Dit hebben de Brelands* al in 1961 in een artikel over conditionering van dieren beschreven. Kippen die middels de conditionering getraind waren en heel correct het geleerde uitvoerden, begonnen plotseling midden in de oefening achteruit in het zand te krabben en op de grond te pikken. Dit was hen niet geleerd, maar was hun natuurlijke (voedsel zoek)gedrag, aangestuurd vanuit het systeem SEEKING. Hetzelfde gebeurde bij de getrainde varkens die plotseling midden in de opdracht in de grond begonnen te wroeten met hun snuit.

Vanuit deze nieuwe inzichten wordt ook duidelijk waarom goed getrainde werkhonden op een bepaald moment toch niet meer gehoorzamen, ondanks dat ze het geleerde een lange tijd goed hebben uitgevoerd. Met name robuuste werkhonden kunnen lange tijd heel correct werken, en op commando stoppen, maar op gegeven moment willen ze bij het pakwerk niet meer lossen – vaak als de afstand tot de geleider te groot is.

De intrinsieke drang van de hond om door te gaan, in die hoge drift, wint het dan van de angst voor de pijn en schrik van de dreigende correctie. In deze situatie is het gebruik van een stroomhalsband om de hond te laten loslaten hond vriendelijker dan al die andere middelen. Door de correctie met de stroomhalsband, die dus ook op afstand van de geleider kan worden gegeven, neemt de opwinding af en wordt de hond weer bereikbaar in deze situatie. Ook zal hij zich lange tijd houden aan de grenzen die van hem verlangd worden.

Typen africhters
Hondengeleiders die werkhonden trainen in de IGP, KNPV,  Mondioring of een soortgelijk programma zijn te verdelen in verschillende typen. De mensen die we op de filmpjes bij ‘Undercover’ hebben gezien, horen bij de groep die hun frustraties en boosheid op de honden afreageren, en zij hebben nog geen enkel benul van het feit dat we niet meer in de middeleeuwen leven. Ze hebben nog niet gehoord van de meer moderne africhtingsmethoden, of verwerpen deze.

Helaas bestaat deze groep nog steeds in alle werkhondensporten, maar die groep wordt gelukkig wel steeds kleiner. Steeds meer beginnen hondengeleiders na te denken over hoe ze een hond op een hondvriendelijkere manier tot een bepaald niveau in de africhting kunnen brengen, maar het is wel moeilijk om een gewoonte te doorbreken en nieuw aan te leren. Vooral als het niet (gelijk) goed gaat, wordt vaak, mede vanuit frustratie, teruggegrepen op de oude methode van straffen.

Het type africhter die wil showen hoe sterk en stoer hij is, heeft moeite met anders denken. Uitspraken als ‘Mijn hond kan ik niet met kaas africhten, daar is ie veel te sterk voor’, of ‘Laat ‘m voelen wie de baas is!’, passen bij dit type africhter. En dat laatste proberen ze dan te pas en te onpas door correcties en onplezierige handelingen door te drukken, vaak met als gevolg dat de hond bang of boos gaat worden. Dan draait de hond zich naar zijn geleider, deze is immers de veroorzaker van die pijn, en zet zijn tanden in hem. Wat voor de geleider dan helemaal het signaal is dat hij de hond eens flink laten voelen ‘wie de baas is’. Het is zeer beslist verschrikkelijk moeilijk om deze mensen in beweging te brengen op weg naar een moderne africhting.

Helaas
Toch is momenteel de grootste groep africhters zeker op weg naar de modernere manier van trainen. Helaas werd die moderne manier van africhten volledig ingezet met ongewenst gedrag negeren of blokkeren, en alleen gewenst gedrag belonen, maar dit is veel te beperkt voor harde, intrinsiek gemotiveerde werkhonden.

Een werkhond met hoge driften en een hoge drive om te werken, heeft ook duidelijke feedback nodig als bepaald gedrag ongewenst is, en moet ook echt stoppen op commando. Deze honden kun je niet met alléén een clicker en een voertje tot een certificaat of examen brengen. Zeker niet met de huidige eisen die op examens worden gesteld.

Wat dat betreft is het erg kort door de bocht van de overheid om het besluit tot het verbieden van de stroomhalsband voor alles en iedereen door te zetten. Het zou getuigen van inzicht als ze hier een uitzondering zouden hebben gemaakt voor genoemde disciplines en dan speciaal in het pakwerk. En daar natuurlijk ook een eis van een gevolgde cursus en een behaald certificaat aan hangen.

Nu is het gevaar groot dat we teruggaan naar middeleeuwse methoden, maar dan uit het zicht: in schuren en diep in de bossen. Een grote groep goedwillende africhters gaat het dus heel moeilijk krijgen. De politie heeft overigens boter op het hoofd als ze zeggen dat ze geen honden meer aankopen die met behulp van stroom zijn afgericht.

De goede honden uit de KNPV die een heel hoog niveau hebben van africhting, en zowel in binnen- als buitenland zeer goed voldoen in de dienst en praktijk, gaan dan voor de politie verloren. Waar moet de politie dan zijn honden vandaan halen, want tijd om ze zelf af te richten daar hebben ze het geld en de mankracht niet voor?

pakwerk_winterswijk3

‘Los!’ is los. Een werkhond met hoge driften en een hoge drive om te werken, moet ook kunnen stoppen op commando.

Pakwerk
Laten we nog eens kijken naar het onderdeel pakwerk in zowel de KNPV als de IGP,  Mondioring en Ringsport. Hier worden driften van de hond aangesproken die tot grote hoogte worden gebracht, ofwel al sterk in de werkhond aanwezig zijn, en verder worden uitgebouwd. Politiehonden die na hun opleiding in de praktijk ingezet worden, moeten hun mannetje staan. Ze kunnen in die situatie niet achter hun geleider wegkruipen, omdat ze de situatie toch niet aandurven. Om tijdens rellen naar voren te durven gaan, waar veel lawaai is en allerlei projectielen vliegen, kom je veelal niet ver met een hond die lief en zacht van karakter is. Hij zal in deze situaties stoer en moedig moeten zijn.

Dit vergt al een bepaald type hond, en op dit gedrag wordt binnen de diverse programma’s getraind en steeds verder uitgebouwd. Uiteraard kunnen we de vraag stellen of we zulke honden nog willen, maar de politie zal voor zijn uitvoerende taak nog veel situaties kennen waar ze graag een hond inzetten. Binnen de fokkerij zullen dan ook de criteria voor de fokgeschiktheid aangepast moeten worden, bijvoorbeeld wordt bij de Duitse Herder een IGP 1 verlangd.

Ditzelfde is ook bij diverse andere werkhondenrassen gewenst. Vooral in het onderdeel pakwerk liggen de grenzen van de conditionering dicht aan de oppervlakte en als er geen goede inwerking meer mogelijk is, dan zal dit onderdeel waarschijnlijk in de toekomst verloren gaan. Ook zullen dan andere type honden gefokt moeten gaan worden, die slechts lage tot gemiddelde driften hebben met een grote ‘will to please’. En ook de programma’s van de KNPV, IGP, Mondioring en Ringsport moeten dan op de schop om de eisen anders te gaan stellen. Een hond kan geen hoge driften tonen als hij ze niet meer heeft.

Toekomst
In welke richting we in de toekomst met de werkhond gaan is zeer de vraag, want ook internationaal staat het pakwerk steeds meer onder druk. In bijvoorbeeld Zwitserland is in de IGP de stokslag al verboden, en in Frankrijk is dit jaar een wetsontwerp ingediend, waarbij pakwerk verboden gaat worden. Helaas is ook bij het grote publiek niet goed bekend hoe en waarom het pakwerk voor honden zo leuk is. En juist daar is het toch ook de taak van de beoefenaars van deze tak van hondensport, en hun verenigingen, om wat meer op een positieve manier aan de weg te timmeren!

Met dank aan: Ruud Haak
Foto’s: Ron Baltus

 

 

 

 

 

Werkhonden onder vuur (deel 2)

Van middeleeuwse naar moderne methoden

Binnen de KNPV en de verschillende werkhondenverenigingen is in de loop van de jaren langzaam het inzicht ontstaan, dat het africhten van honden met harde middelen of met schoppen en slaan toch niet de manier is om honden wat te leren. De wetenschap, vooral de biologie en ethologie, is steeds verder gegaan met onderzoek naar het wezen van de hond.

Intelligentie van de hond
In de psychologie zijn rond de jaren vijftig van de vorige eeuw leertheorieën ontwikkeld, die niet direct voor honden gedacht waren, maar wel heel bruikbaar bleken in de africhting. Inmiddels is bekend, dat honden intelligente wezens zijn die heel goed in staat zijn om allerlei oefeningen te leren als deze op de juiste manier worden aangeboden. Honden worden vanwege hun geweldige reukvermogen ingezet op vele verschillende gebieden, zoals het opsporen van explosieven, drugs of illegalen die zich in vrachtauto’s of containers verstoppen, evenals het opsporen van ziekten als kanker, maar ook tabak en geld. Daarnaast worden ze ingezet bij arrestaties van criminelen, bij het neerslaan van relletjes of om voetbalsupporters in het gareel te brengen. Dit is zelfs nog maar een kleine opsomming van de taken waarvoor werkhonden worden opgeleid.

Opleiding
Om een stabiele werkhond te krijgen, die betrouwbaar is onder alle omstandigheden en zijn werk correct uitvoert, is een goede opleiding van groot belang. Binnen de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging (KNPV) is er de ‘Basiscursus KNPV dresseur’ met een heel uitgebreid handboek voor de geleiders, waarin ze alles kunnen leren over de hond en zijn gedrag. Een goede observatie van de hond en begrijpen wat hij met zijn gedrag uitdrukt, het zogenaamde ‘lezen’ van de hond is een heel belangrijk onderdeel. Vanaf pup tot volwassen hond wordt uitgelegd wat een geleider moet weten. Als de hondengeleiders van de clubs waar door ‘Undercover in Nederland’ is gefilmd dit handboek hadden gelezen, én ernaar hadden gehandeld, zouden ze op heel andere wijze met hun honden hebben gewerkt. Het blijkt helaas dat de vernieuwing in training van honden nog lang niet tot alle hondenclubs is doorgedrongen. Daarbij moeten we ook constateren, dat dit handboek wel erg moeilijk geschreven is, en het misschien wel heel ontoegankelijk is, zeker als we bedenken dat de meeste africhters geen echte lezers zijn. Zelfs al wordt het in een cursus nader uitgelegd, blijft het helaas voor veel africhters een (te) moeilijke materie. Verreweg de meeste africhters zijn praktijkmensen die door doen en zien doen op het oefenveld de oefeningen leren.

Tradities en vergrijzing
Veel werkhondengroepen binnen zowel de KNPV als de IGP (Internationale Gebruikshonden Prüfungsordnung) hebben al een lange traditie en bestaan ook al heel lang. Ook zijn veel geleiders al jaren lid van de club en hun wijze van trainen heeft een lange traditie. Als er jonge geleiders bij de club komen wordt er veelal gekeken hoe de ‘oude rotten in het vak’ het doen, begeleid van verhalen over de prestaties uit het verleden die vaak indrukwekkend zijn. Op wedstrijden hebben gestaan, die een kwalificatie vooraf verlangen, is zeker een prestatie.

Binnen de KNPV telt ook nog dikwijls hoeveel honden iemand heeft afgericht. En voor nieuwe geleiders is de wijze waarop deze ervaren mensen hun honden africhten een voorbeeld. Zij doen hetzelfde met hun hond zoals ze die ervaren geleiders zien doen. Maar we weten ook dat mensen die in een bepaalde routine van jaren zitten niet zo heel makkelijk veranderen in hun aanpak van training. Het is niet altijd onwil, maar vaak ook onmacht. Het is dan ook voor een vereniging als de KNPV, maar ook bij de verenigingen die IGP beoefenen, een taak van het bestuur om de moderne manier van africhten tot in de verste uithoek van hun verenigingen te brengen. De moeilijke teksten van de ‘Basiscursus KNPV dresseur’ zullen toch nader uitgelegd moeten worden in hoe men de verschillende oefeningen op een nieuwe manier kan aanleren.

Er is bij alle werkhondenverenigingen steeds minder aanwas van jonge geleiders die het leuk vinden om met een hond te gaan werken. Daarbij speelt tevens een rol dat de wijze van trainen voor veel mensen niet aantrekkelijk is. Algemeen heeft de hond een heel andere rol in onze samenleving gekregen en wordt een hond veel meer als kameraad en vriend gezien, dan als materiaal om mee te werken. De binding is anders geworden.

Dit komt ook al tot uiting in het feit dat politiehonden tegenwoordig ook sociaal moeten zijn en niet zonder meer naar mensen mogen uitvallen. De hond moet altijd onder controle van de geleider zijn en mag duidelijk alleen op commando bijten (én loslaten). Hiervoor zijn andere type honden nodig dan de honden die vroeger werden geselecteerd bij de politie; dit verlangt ook een andere manier van africhting! Het blijft echter wel recht overeind staan, dat honden die voor de praktijk gebruikt zullen gaan worden ook een stabiel, robuust karakter moeten hebben, en tegelijkertijd zo moedig en belastbaar moeten zijn dat ze, bijvoorbeeld in het geval van een arrestatie of relletjes, het aandurven naar voren te gaan en niet achter de geleider kruipen.

Leren in stappen
Het gedrag dat wij zo’n hond willen leren, zit in zijn aanleg en daar kunnen we in de africhting gebruik van maken. Hij kan zitten, liggen, rennen, bijten, blaffen, enzovoorts, maar niet op een commando. Dat is wat wij hem moeten leren en binnen de africhting gaan wij zijn gedragingen sturen. Een van de onderdelen van het moderne africhten is oefeningen in stappen aanleren. Voor de hond is het dan duidelijk welke stap er gemaakt wordt en veelal wordt van achter naar voren gewerkt.

Hoe leert een hond: conditionering
Dit kan op verschillende manieren. Wij gebruiken binnen de africhting de operante conditionering, wat valt onder het begrip associatie leren. De hond heeft een associatie weten te leggen tussen zijn gedrag en de directe gevolgen van dat gedrag. Als hij op een bepaald gedrag direct iets aangenaams krijgt, zal hij dit gedrag vaker laten zien. Als de pup de zit leert en een koekje als beloning krijgt, zal hij dit graag doen. Toont hij een gedrag, dat onaangename gevolgen heeft, zal hij dit gedrag steeds minder laten zien. Binnen de operante conditionering kennen we vier vormen: de positieve en negatieve bekrachtiging en de positieve en negatieve correctie. De bekrachtigers worden ingezet om bepaald gedrag te laten toenemen en het corrigeren wordt gebruikt om bepaald gedrag te laten afnemen.

Hoe leert een hond: emoties
Maar naast het conditioneren speelt nog iets anders een heel grote rol bij het leren: de basale emoties en gevoelens van de hond. Jaak Panksepp (psycholoog, psychobioloog en neurowetenschapper) heeft in een onderzoek in 1998 aangetoond, dat de emoties bij dieren bewust ervaren worden. Hij onderscheidt hierbij zeven verschillende emotionele hersensystemen die zich uiten in waarneembaar gedrag dat geduid kan worden als enthousiasme en levenslust, angst, boosheid, verzorgende liefde, verdriet, lust en spelplezier. Wat dit in de praktijk betekent, is dat we eerst de hond in een goede stemming moeten krijgen om met hem aan het werk te gaan. Anders gaat hij het associëren met onaangename emoties – alle fijne, leuke, toffe beloningen ten spijt. Op een gegeven moment merken we namelijk vaak binnen de training dat we niet verder komen en geen communicatie met de hond meer hebben. De basis in de training van honden zal toch moeten uitgaan van zijn emoties, of te wel: hoe de hond het ervaart.

Ik denk dat veel africhters dit herkennen, en zich de dagen herinneren waar ze merkten dat de hond ‘zijn dag niet had’ en hij niet bereid was iets nieuws te leren, althans niet met het enthousiasme wat hij normaal aan de dag legt. Ook Marian Breland Bailey, Keller Breland en Bob Bailey, bekend met het trainen van allerlei dieren voor films en dergelijke, werkten met de clicker om hun dieren te trainen. Ze merkten echter ook dat de dieren een bepaalde tijd lang het geleerde uitvoerden. Het ging heel lang goed, tot deze dieren ook op zeker moment toch hun oorspronkelijke gedragingen weer gingen vertonen. Zo begonnen de varkens weer met hun snuit in de grond te wroeten, en de kippen scharrelden en krabden met hun poten aarde aan de kant. Het aangeleerde gedrag had geen aansluiting meer met de basale, instinctieve emoties van de dieren.

zit oefening

Vroeger versus nu: zit aanleren
Een voorbeeld hiervan is het aanleren van de zitoefening. De pup kan al zitten, maar kan dit niet op commando. Vroeger werd de riem omhoog en naar achteren getrokken, zodat de hond met zijn hoofd omhoog moest en daardoor vanzelf ging zitten; soms werd er tegelijkertijd een klap op zijn kont gegeven. De gedachte hierbij was, dat de hond de volgende keer bij het commando ‘zit’ dan wel snel zou gaan zitten om deze beide inwerkingen te vermijden. De honden die verzet kwamen, kregen dan nog sterkere inwerkingen om te gaan zitten. In de huidige tijd wordt de zitoefening al bij een pup aangeleerd middels het hooghouden van een koekje, waardoor de hond als vanzelf gaat zitten, en dan wordt hij beloond met dat koekje. Vaak wordt er tegenwoordig ook bij het aanleren van de oefeningen een clicker gebruikt, en ook binnen de africhting neemt het gebruik ervan langzaam toe.

De clicker is een instrument om de hond te laten weten dat hij het goed heeft gedaan en de beloning volgt. Het is een handig instrument bij het aanleren van een oefening, mede omdat je hierdoor heel exact kunt timen. Honden vinden het heel leuk om deze oefeningen te doen en spelenderwijs wordt de (zit)oefening geleerd, die de hond dan uiteindelijk op commando kan uitvoeren. Vaak hebben geleiders niet het geduld om op deze wijze met een hond te werken. Vaak speelt ook nog de gedachte dat je met een pup nog niets kunt doen, en pas met een jaar kunt beginnen met het aanleren van de oefeningen. Dat is in wezen dus verloren tijd, want dat wat verlangd wordt als oefening kan een pup ook al. Als dit spelenderwijs wordt aangeleerd zijn deze oefeningen met een jaar al heel gewoon voor de hond.

Nieuwe inzichten
De uitslagen van veel onderzoeken die tegenwoordig worden gedaan naar het gedrag bij honden en hun mentale gesteldheid, en welke plaats ze hebben binnen onze samenleving, zorgen voor heel veel dynamiek in de wijze van africhting. Zo is er internationaal al een hele discussie of de stokslag, die bij het onderdeel pakwerk in de IGP gegeven wordt, niet uit het programma moet worden gehaald; in Zwitserland is het niet meer toegestaan om die stokslagen te geven. In het verleden is de harde stok reeds vervangen door de soft stok, en nu moet hij helemaal weg – vindt een grote groep in de bevolking.

Nieuwe plaats
De hond, ook de werkhond, heeft een nieuwe plaats gekregen binnen de samenleving. Hij is steeds meer gezinshond geworden en het alleen in de kennel houden van een hond komt steeds minder voor, hooguit nog bij professionele bedrijven die meerdere honden hebben voor diverse taken. Toch willen steeds meer mensen een hond voor de bescherming van huis en haard. Deze hond moet dan toch wel middelgroot zijn met een stabiel, robuust karakter. En dan graag getraind in het beschermen van huis en haard. Mensen die zo’n hond voor zichzelf willen, komen veelal in de IGP clubs terecht voor training. De mensen die politiehonden willen opleiden en trainen, doen dit via de KNPV. Beide programma’s kennen het pakwerk ofwel manwerk, en daarbij is het de bedoeling dat de hond onbevreesd een man of vrouw in beschermende kleding ‘stelt’, wat betekent in de arm of in het been bijt. Het is niet de bedoeling dat hij dit niet durft, want dan is hij niet in staat zijn uiteindelijke politietaak uit te voeren. De eisen die worden gesteld bij de verschillende disciplines zijn vaak in tegenspraak met elkaar, iets wat het voor hond en geleider niet makkelijk maakt om deze onderdelen aan te leren. In een volgend artikel zal ik nader ingaan op de moeilijkheid van de verschillende onderdelen van het pakwerk. En nu aangekondigd is dat per 1 juli 2021 de stroomband niet meer gebruikt mag worden, zal dit toch flinke consequenties hebben voor dit onderdeel van de africhting.

Tekst: Ruud Haak

Literatuur:
Bailey, R. E., & M. B. Bailey (1980).
A view from outside the Skinner box.
American Psychologist, 35, pp.
942-946.

Breland, K., & Breland, M. (1966).
Animal Behavior. New York: The
Macmillan Company.

Panksepp, J. (1998). Affective
Neuroscience: The Foundations of
Human and Animal Emotions. New
York: Oxford University Press.

« Oudere berichten

© 2021 Kringgroep De Grensstreek

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑