IPO/SchH1
Om deel te kunnen nemen aan IPO/SchH1 moet de hond minimaal 18 maanden zijn. Dit deel bestaat uit 3 delen, Speuren (besproken bij het speuren algemeen) Appèl en Manwerk (besproken bij het Manwerk algemeen)
Afdeling B, het appèl bestaat uit 8 onderdelen. Waarbij maximaal 100 punten zijn te behalen.
Oefening 1: vrij volgen 20 punten
Oefening 2: Zit uit Beweging 10 punten
Oefening 3: Afleggen met voorroepen 10 punten
Oefening 4: Apporteren over de grond 10 punten
Oefening 5: Apporteren over de haag 15 punten
Oefening 6: Apporteren over de schutting 15 punten
Oefening 7: Vooruitzenden met afleggen 10 punten
Oefening 8: Afliggen met afleiding 10 punten
Algemeen:
De keurmeester geeft een teken voor de aanvang van alle oefeningen. Alle verdere onderdelen, bijv: keerwendingen, wendingen, veranderingen van pas (normale pas, looppas en langzame pas) enz. worden zonder verdere aanwijzingen uitgevoerd.
Voert een hond na het derde gegeven commando een oefening of een deel van een oefening niet uit, dan wordt de oefening zonder punten afgebroken. Bij het voorroepen van de hond kan het commando "hier"vervangen worden door de naam van de hond. Indie het ene vergezeld gaat met het andere geldt dit als een extra commando.
In de basispositie zit de hond dicht en recht naast het linkerbeen van de hondengeleider, zodanig dat de schouder van de hond ter hoogte van de knie van de hondengeleider is. Elke oefening begint en eindigt in deze basispositie. Het innemen van de basispositie is voor een oefening slechts éénmaal toegestaan. Een kort belonen is na iedere oefening en alleen in basispositie toegestaan. Daarna kan de hondengeleider een nieuwe basispositie innemen. In ieder geval moet tussen elke beloning en het begin van een nieuwe oefening een pauze van tenminste 3 seconde zitten.
Uit de basispositie volgt de zogenaamde ontwikkeling van de oefening. De hondengeleider dient minstens 10 en hoogstens 15 passen te tonen alvorens het commando te geven. Tussen te verschillende delen van de oefening, zoals het voorroepen, voorzitten, het aan de voet gaan en het afsluiten, moeten duidelijke pauzes getoond worden. (ca. 3 seconden) Bij het ophalen van de hond kan de hondengeleider de hond van voren benaderen of achterlangs gaan.
Het vrij volgen is bij noodzakelijke verplaatsingen tussen de oefeningen verplicht. Ook bij het ophalen van de apporteerblokken moet de hond vrij volgend meegevoerd worden. Opgewekt maken door uitlokken tot spel is niet toegestaan.
De keerwending is door de hondengeleider naar links uit te voeren. De hond kan de keerwending op twee manieren uitvoeren, namelijk voor- of achterlangs de hondengeleider. Ook na het voorzitten bij het voorkomen kan de hond, na het commando "voet", op deze twee manieren de basispositie innemen. De uitvoering moet tijdens de oefening steeds hetzelfde zijn.
De vaste haag heeft een hoogte van 100 cm. En een breedte van 150 cm.
De klimschutting bestaat uit twee bovenaan verbonden delen van 150 cm breed en 191 cm hoog. Op de bodem staan deze beide delen zover uit elkaar dat de verticale hoogte van de wand 160 cm bedraagt. Het gehele vlak van de schuine wand dient met antislip bekleed te zijn. in de bovenste helft van de wand dienen aan beide zijden drie latten aangebracht te zijn (24/48 mm) Alle honden dienen dezelfde hindernis te gebruiken.
Bij het apporteren zijn alleen apporteerblokken toegelaten van 650 gram. Voor het apporteren mogen de blokke de hond vooraf niet in de bek gegeven worden.
Indien de hondengeleider een oefening vergeet zal de keurmeester hem/haar hierop wijzen en de oefening laten uitvoeren zonder punten hiervoor af te trekken.
Voor het reglement en het uitvoeren van de oefeningen zie het IPO-Reglement.